bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
Beroep gegrond. De vreemdeling is een Koerdische moslim afkomstig uit Irak (provincie Ninewa). Aan zijn herhaalde asielverzoek heeft hij ten grondslag gelegd dat de veiligheidssituatie in Ninewa is verslechterd, voornamelijk door de opkomst van IS.
De staatssecretaris heeft gesteld dat de vreemdeling een vestigingsalternatief heeft in de KAR. De rechtbank overweegt dat het feit dat de vreemdeling Koerd is en een van de in de KAR gesproken talen beheerst, op zichzelf geen voldoende concreet aanknopingspunt is dat hij zich in de KAR kan vestigen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat de vreemdeling onweersproken heeft gesteld dat hij nooit in de KAR gewoond heeft en daar ook geen familieleden, bekenden/ andere banden heeft. De omstandigheden dat de vreemdeling kan beschikken over een Iraaks ID en in staat geweest is als schapenhouder zijn levensonderhoud te voorzien, zijn onvoldoende voor de conclusie dat hij in de KAR zich kan vestigen.
Rb Rotterdam, NL 16.880, 30.5.16
Beroepen gegrond. De vreemdelinge is ongehuwd zwanger en zij vreest om die reden voor eerwraak. Niet in geschil is dat eerwraak voorkomt in Irak, waaronder in de KAR, waar de vreemdeling en haar partner en vandaan komen. Gelet hierop had de staatssecretaris moeten onderzoeken waarom terugkeer naar Irak geen 3 EVRM-schending voor eerwraak oplevert, en indien dat het geval is, of daarvoor bescherming van de autoriteiten ingeroepen kan worden. In dit verband is van belang dat in het ambtsbericht inzake Irak van december 2013 - waarnaar de vreemdelingen verwijzen - staat dat de Iraakse autoriteiten doorgaans niet in staat zijn voldoende bescherming bij eerwraak te bieden.
Rb Middelburg, NL 16.859 en NL 16.860, 19.5.16