Rb: mogelijk verslechterde situatie LHBT in Indonesie

De vreemdeling heeft aan deze opvolgende aanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat er volgens hem geen nova aan ten grondslag is gelegd. De vreemdeling is echter van mening dat de veiligheidssituatie sinds 2016 voor LHBT’s in Indonesië substantieel is verslechterd en dat de staatssecretaris dit onvoldoende heeft onderzocht. De vreemdeling heeft hiertoe zeer veel nieuwsartikelen en rapporten overlegd. Deze documenten zijn volgens de rechtbank een sterke aanwijzing dat de situatie in Indonesië voor LHBT’s sinds 2016, en dus na de asielaanvraag van de vreemdeling in 2014, verslechterd is. De staatssecretaris heeft deze informatie onvoldoende in het bestreden besluit betrokken. De staatssecretaris had naar aanleiding van bovenstaande informatie nader moeten onderzoeken of de actuele ontwikkelingen over de positie van LHBT’s in Indonesië een zodanige bedreiging vormen dat de vreemdeling gegronde vrees heeft om vanwege zijn geaardheid te worden vervolgd. Het besluit id onzorgvuldig tot stand gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat er geen recent ambtsbericht over de situatie van LHBT’s in Indonesië is opgemaakt.

Beroep gegrond.
Rb Rotterdam, NL18.9877, 15.6.18