bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
De asielaanvraag van de vreemdeling is als kennelijk ongegrond afgewezen. De vreemdeling verblijft in AZC Budel. Het Coa heeft kenbaar gemaakt dat de vreemdeling op 22 januari om 8:00 uur uit de opvang wordt verwijderd omdat zijn opvang van rechtswege is beëindigd.
De vreemdeling heeft aangevoerd dat, nu hij tijdig beroep heeft ingediend en heeft verzocht om een vovo, hij gelet op de Procedure-Richtlijn recht heeft om dit beroep dan wel het vovo-verzoek hangende dit beroep af te wachten. De voorzieningenrechter acht van belang de beantwoording door de staatssecretaris van vragen gesteld in de vaste commissie van Veiligheid en Justitie (TK 2014-2015, 34 088, nr. 6, p. 33-34). Daarin verwijst de staatssecretaris naar art. 46, vijfde lid, PRi waaruit volgt dat het instellen van beroep in beginsel tot gevolg heeft dat de vreemdeling de uitkomst van de beroepsprocedure in de lidstaat mag afwachten. In het zesde lid is opgenomen dat in een aantal gevallen, zoals wanneer de aanvraag kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is, een beroepschrift geen schorsende werking heeft. In dat geval is de rechterlijke instantie bevoegd om uitspraak te doen over de vraag of de verzoeker op het grondgebied van de lidstaat mag blijven, wat in Nederland de vovo-procedure is. Het achtste lid bepaalt dat de verzoeker gedurende deze vovo-procedure op het grondgebied van de lidstaat mag verblijven. In dat geval bestaat er ook recht op opvang, aldus de staatssecretaris.
De voorzieningenrechter volgt deze interpretatie van de PRi. Gelet op het voorgaande mag de vreemdeling het vovo-verzoek hangende zijn beroep tegen het afwijzende besluit in zijn asielprocedure afwachten, zodat de beëindiging van de opvang hangende dit verzoek door het Coa achterwege dient te blijven.
Rb Haarlem, 18/444, 21.1.18