bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
De vreemdeling is een Hazara uit Ghazni en heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom. De Zwitserse federale bestuursrechter heeft de bekering in Zwitserland van de vreemdeling wel geloofwaardig bevonden, maar heeft tevens geoordeeld dat de vreemdeling geen reëel risico loopt in Afghanistan als een gevolg hiervan.
Het Hof oordeelt als volgt. De rechtbank heeft ten onrechte nagelaten te beoordelen hoe de vreemdeling zijn geloof belijdt in Zwitserland en of hij, bij terugkeer naar Afghanistan, de mogelijkheid zal hebben dit voort te zetten. Voorts is het Hof van oordeel dat de uitleg van de rechtbank dat de terugkeer van de vreemdeling niet problematisch is omdat hij niet met zijn familieleden heeft gesproken over zijn bekering tot het christendom maar dit alleen heeft gedeeld met zijn naasten, impliceert dat de vreemdeling desalniettemin bij terugkeer naar Afghanistan gehouden is om zijn sociale gedrag te beperken tot een privé-niveau. Hij zou een leven van bedrog moeten leiden en zou zich geforceerd kunnen zien het contact te breken met andere christenen. Tot slot merkt het Hof op dat de vreemdeling tot de Hazara bevolkingsgroep behoort, die nog steeds te maken heeft met discriminatie in Afghanistan. Ook al heeft de vreemdeling niet specifiek een beroep op zijn etnische afkomst gedaan om zijn asielrelaas te ondersteunen en was dit geen beslissende factor voor de uitkomst van de zaak, had de rechtbank dit aspect niet volledig terzijde mogen schuiven.
EHRM, 32218/17, A.A. t. Zwitserland, 5.11.19
http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-197217