Nieuws

SvJ&V: strafbaarheid hulp bij grensvervoer, boete €5.000,- of transactie €4200,-

De vervoerder is degene die, al dan niet bedrijfsmatig, met behulp van (lucht)vaartuigen vreemdelingen naar een Nederlandse buitengrenscontrolepost vervoert of pleegt te vervoeren. Ook diegene die zoiets eenmalig doet, kan gelden als vervoerder.

Van ‘tussenkomst’ is sprake wanneer door toedoen van de vervoerder de vreemdeling naar de Nederlandse buitengrenscontrolepost wordt gebracht. Niet noodzakelijk is dat de vervoerder de vreemdeling ononderbroken naar Nederland brengt, noch dat de vervoerder die vreemdeling als laatste vervoerde. Het is voldoende om vast te stellen dat de vreemdeling zonder tussenkomst van de vervoerder hier niet had kunnen arriveren of verkeren. Ook het brengen naar een transitplaats of tussenstation wordt derhalve als tussenkomst aangemerkt.

Staatscourant Nr. 67908, 13.12.18
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-67908.html

GRETA: aanbevelingen aan NL voor hulp aan slachtoffers mensenhandel

The Council of Europe's Group of Experts on Action against Trafficking in Human Beings (GRETA), published its report with the following issues for immediate action

  • GRETA urges the Dutch authorities to adopt a new National Action Plan against THB as a matter of priority and to support it with the necessary budgetary resources (paragraph 26);
  • GRETA once again urges the Dutch authorities to ensure, in line with Article 12 (6) of the Convention, that assistance provided to foreign victims of THB is not linked to investigations or prosecutions being pursued (paragraph 130);
  • GRETA once again urges the Dutch authorities to take additional steps to ensure that, in compliance with the obligations under Articles 10, 12 and 13 of the Convention, all possible foreign victims of trafficking, including EU/EEA nationals, are consistently offered a recovery and reflection period, regardless of the competent authorities dealing with the case. To this end, the Dutch authorities should ensure that the legislation and instructions are harmonised and unambiguous as regards the right of foreign EU trafficking victims to a recovery and reflection period (paragraph 163).

Bijlage bij Kamerstuk 28638 nr. 164, 13.7.18 (public 19.10.18)
https://rm.coe.int/greta-2018-19-fgr-nld-en/16808e70ca

Rb : geen faciliterend visum voor aanwezigheid bij geboorte NLs kind

Verzoeker is de Algerijnse echtgenoot van een Nederlandse vrouw, die zwanger is en wiens bevalling in november 2018 zal worden ingeleid. Verzoeker beroept zich op een verblijfsrecht dat is afgeleid van het EU-recht van zijn kind om zich vrij op het EU-grondgebied te kunnen verplaatsen en daar te kunnen verblijven (zoals volgt uit art. 20 VWEU). Aan een ongeboren kind komt dat recht niet toe; het kan zich niet verplaatsen of ergens (zelfstandig) verblijven. Het volgt het verblijf van de Nederlandse moeder. Daarom bestaat het afgeleide verblijfsrecht van verzoeker (nog) niet. Het Nederlands BW heeft daar geen invloed op. Door verzoeker is geen Unierechtelijk belang gesteld waardoor toch moet worden aangenomen dat aan het Chavez-arrest rechten kunnen worden ontleend in het geval van een ongeborene. Uit het arrest zelf vloeit dit ook niet voort.

Wijst verzoek tot voorlopige voorziening af.
Vzr VK Rb Den Haag zp Amsterdam, AWB 18/8339, 19.11.18

SvJ&V: tijdelijke opschorting Togo als veilig herkomstland

De beschikbare informatie laat ten opzichte van de rapporten over 2016 een achteruitgang zien op de gebieden bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon, vrijheid van meningsuiting, toegang tot een onafhankelijke rechterlijke macht en toegang tot rechtsmiddelen.

Op het gebied van bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon meldt het rapport van het US State Department over 2017 dat zowel sprake van willekeurige en onwettige moorden als van meldingen van folteringen.

Op het gebied van vrijheid van meningsuiting schrijft het US State Department dat lokale en internationale organisaties meldingen maakten van geweld tegen journalisten.

Het US State Department beschrijft op het gebied van toegang tot een onafhankelijke rechterlijke macht en toegang tot rechtsmiddelen dat er gevallen waren waarbij de uitkomst van rechtszaken vooraf leek vast te staan.

Ik concludeer hieruit dat sprake is van een aanmerkelijke achteruitgang op één van de eerste drie van de hierboven genoemde punten, te weten bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon, en daarnaast een achteruitgang op twee andere punten. Op grond van het hierboven uiteengezette beleid is derhalve een uitgebreidere beoordeling van Togo aangewezen. Ik ben voornemens deze uitgebreidere beoordeling mee te nemen met de volgende herbeoordeling van de vierde en vijfde tranche veilige landen van herkomst. De aanwijzing van Togo als veilig land van herkomst wordt in de tussentijd opgeschort.

Kamerstuk 19637 nr. 2448, 7.12.18
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-2448.html

Rb: risico ivm demonstraties voor Iraanse MKO in NL

Aan de opvolgende aanvraag heeft de vreemdeling ten grondslag gelegd dat hij met zijn organisatie MKO regelmatig deelneemt aan organisaties tegen het Iraanse regime, zowel in Nederland als in Frankrijk.

De rechtbank stelt voorop dat in de WBV 2017/7 personen die actief zijn in de politiek, journalistiek of op het gebied van de mensenrechten en daarbij significant kritiek uiten op de autoriteiten als risicogroep worden aangemerkt. Ter zitting heeft de vreemdeling verklaard dat hij wekelijks op zaterdag met andere leden van de MKO demonstreert. De ene week demonstreren zij in Den Haag en de andere week op de Dam in Amsterdam. Verder staan zij drie dagen per week voor de Hema op de Grote Markstraat in Den Haag en voeren hier actie. Hij heeft verklaard dat hij niet alleen deelneemt aan deze demonstraties maar de demonstraties ook (mede)organiseert. De rechtbank oordeelt dat in het bestreden besluit de frequentie waarmee hij demonstreert en het feit dat hij organisator is van deze demonstraties niet kenbaar is meegewogen in zijn beoordeling naar de toepasselijkheid van de WBV 2017/7.

Rb Den Haag, NL18.16053, 29.11.18

Rb: diverse uitspraken over buitenbehandelingstelling hasa zonder nova

Rb Haarlem, NL18.20483, 27.11.18: De rechtbank overweegt dat, nu hij is bijgestaan door een advocaat bij het indienen van de onderhavige aanvraag en reeds eerder een procedure opvolgende asielaanvraag heeft doorlopen, alsmede gelet op hetgeen staat vermeld in het formulier M35-O, duidelijk moet zijn geweest dat het op zijn weg lag om in de aanvraagfase, op zijn minst toe te lichten waarom sprake is van een nieuwe gebeurtenis of nieuwe informatie. De aanvraag is terecht buiten behandeling gesteld.

Rb Arnhem, NL18.20978, 5.12.18: In het voornemen heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat het M35-O formulier niet volledig en duidelijk is ingevuld. De vreemdeling heeft niet gereageerd op het voornemen. Hierna heeft de staatssecretaris de aanvraag middels een voornemen buiten behandeling gesteld. De rechtbank overweegt als volgt. Met het M35-O formulier is een aanvraag ingediend. Uit de toepasselijke wet-en regelgeving blijkt niet dat de staatssecretaris niet ten tijde van en middels het voornemen de vreemdeling in de gelegenheid mag stellen om het gebrek te herstellen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de staatssecretaris op goede gronden en in redelijkheid de aanvraag buiten behandeling heeft kunnen stellen.

Rb Amsterdam, NL18.20640 (beroep) NL18.20641 (vovo), 11.12.18: In het voornemen heeft de staatssecretaris geconstateerd dat de vreemdeling het formulier niet volledig en niet duidelijk heeft ingevuld. De vreemdeling heeft naar aanleiding van het voornemen een zienswijze ingediend. Hij heeft daarin genoemd dat hij in het gehoor van zijn opvolgende aanvraag zal toelichten en een aantal documenten wil overleggen. De staatssecretaris heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat de aanvraag incompleet is en de vreemdeling tweemaal in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te vullen. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris de vreemdeling een herstelverzuim had kunnen en moeten bieden voordat hij de aanvraag buiten behandeling stelde. Een voornemen kan echter niet gelden als een herstelverzuim. Het voornemen is bestemd voor een inhoudelijke beoordeling. Het geven van een herstelverzuim in een voornemen verhoudt zich daarom niet tot de wettelijke systematiek van besluitvorming.

SvJ&V: LVV-plannen

Vreemdelingen zonder recht op verblijf die Nederland niet uit eigen beweging dan wel gedwongen hebben verlaten, kunnen gemeenten confronteren met problematiek rondom zorg en veiligheid. De inzet van het Rijk en gemeenten is om voor het illegale verblijf van deze vreemdelingen een bestendige oplossing te vinden. Onder een bestendige oplossing versta ik vertrek uit Nederland of, uitsluitend indien de vreemdeling aan de voorwaarden daarvoor voldoet, het legaliseren van verblijf.

Rijk en gemeenten hebben gekozen voor een gezamenlijk ontwikkeltraject. Hierin zullen we door middel van 5 pilots, ondersteund door een landelijk programma, drie jaar lang onderzoeken hoe we deze doelstelling het beste bereiken. Indien succesvol wordt op basis van deze pilots een inhoudelijk bestuursakkoord gesloten waarna kan worden gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van 8 LVV’s. Om het aantal bestendige oplossingen te verhogen wordt in de pilot-LVV’s stap voor stap gekeken welke aanpak in de praktijk werkt. Daarnaast wordt op landelijk niveau gewerkt aan een aantal thema’s die de samenwerking binnen en tussen de LVV’s moeten optimaliseren, zoals bijvoorbeeld doelgroep benadering, coördinatie en gegevensuitwisseling.

Voor het slagen van het LVV-programma is een samenwerkings- en oplossingsgerichte houding van DT&V, IND, Politie, betrokken gemeenten en maatschappelijke organisaties nodig. Hierbij acht ik het van belang om te benadrukken dat het om een gezamenlijke inspanning gaat van alle betrokken partijen. Daarbij is in het bijzonder de nauwe betrokkenheid van de DT&V van belang, zoals ook in het regeerakkoord is bepaald. De DT&V houdt toezicht op het vertrekproces uit de LVV’s door actief deel te nemen in de governance en operationeel betrokken te zijn bij alle individuele trajecten van bij de LVV betrokken vreemdelingen.

https://vng.nl/onderwerpenindex/asiel/asielbeleid-en-integratie/nieuws/start-landelijke-vreemdelingenvoorzieningen-in-5-gemeenten, 29.11.18
Zie ook persbericht NGO’s in pilotgemeenten.

CAK: 12.000 ongedocumenteerden hebben zorg gevraagd in 2016, en 13.000 in 2017

Uit de gegevens van het CAK blijkt dat er in 2016 voor 12.068 personen zorg is gedeclareerd en in 2017 voor 12.894 personen. In beide jaren gaat het om iets meer mannen (51%) dan vrouwen (49%). Bijna de helft is tussen de 25 en 45 jaar oud. Een vijfde is jonger dan 25 jaar en een derde ouder dan 45 jaar. De jongste is nul jaar en de oudste 108 jaar. Tussen beide jaren doen zich hierin niet of nauwelijks verschillen voor. De onverzekerbare vreemdelingen blijken verder afkomstig te zijn uit een groot aantal landen. In 2017 zijn de meesten afkomstig uit Marokko (6,4%), Syrië (4,1%), Turkije (3,9%), Armenië (3,6%) en Suriname (3,4%). In 2016 is de top vier hetzelfde, maar is het vijfde land Nigeria (3,5%).

Ruim een vijfde (21%) van alle onverzekerbare vreemdelingen komt uit de GGD-regio Amsterdam, 16% uit de regio Haaglanden, 10% uit de regio Rotterdam-Rijnmond en 9% uit de regio Utrecht. Deze GGD-regio’s hebben een vergelijkbare omvang van ruim een miljoen inwoners. De eerste GGD-regio buiten de Randstad met relatief veel onverzekerbare vreemdelingen die zorg hebben ontvangen in 2017 is Groningen met 6%. Wat verder opvalt is dat in de Randstad de onverzekerbare vreemdelingen vaak uit Marokko afkomstig zijn en dat het buiten de Randstad vaker gaat om personen afkomstig uit Armenië, Suriname, Afghanistan, Mongolië, Syrië en Irak. Vaak gaat het in een regio hierbij om een kwart tot de helft van het totale aantal onverzekerbare vreemdelingen dat uit een specifiek land afkomstig is. Er lijkt met andere woorden sprake van een zekere mate van concentratie van onverzekerbare vreemdelingen in diverse regio’s.

https://www.wodc.nl/binaries/2917_Volledige_Tekst_tcm28-356573.pdf, 20.11.18

Rb vovo: statushouder Hongarije heeft in NLse asielprocedure recht op AZC-opvang tot beroep

Dat de vreemdeling geen recht meer heeft op internationale bescherming in Nederland omdat zij in Hongarije al internationale bescherming heeft gekregen, volgt de rechtbank niet. O.g.v. de Procedurerichtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat tegen niet-ontvankelijkverklaring een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie openstaat. De lidstaten staan hem vervolgens toe op het grondgebied te blijven in afwachting van de rechterlijke uitspraak. ...

O.g.v. art. 5 Rva eindigt het recht op opvang van een afgewezen asielzoeker als de vertrektermijn (art. 62 Vw) verstreken is, tenzij uitzetting o.g.v. de Vw of een rechtelijke uitspraak achterwege moet blijven. Hierbij zijn ook de antwoorden op vragen van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie van belang (TK 2014-2015, 34 088, nr. 6, p. 33-34). Gelet op het overwogene mag de vreemdeling niet worden uitgezet. Het COa had haar opvang daarom niet mogen beëindigen, maar die in ieder geval moeten voorzetten tot de beslissing op het vovo-verzoek in de asielprocedure van de vreemdeling.

Rb Den Bosch, AWB 18/8461, 9.11.18

Rb vovo: geen recht op opvang tijdens beroep bij herhaald asielverzoek zonder nova

De voorzieningenrechter stelt vast dat de vreemdeling met het onderhavige verzoek beoogt te bewerkstelligen dat hij weer wordt toegelatentot de opvang. In dit kader heeft verzoeker een beroep gedaan op het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 juni 2018 (ECL1:EU:C:2018:465). De vraag is of het Gnandi-arrest onverkort toepassing vindt in de onderhavige zaak waarin het gaat om een herhaalde asielaanvraag.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat niet het geval is. In artikel 41 , tweede lid, aanhef en onder c, van de Procedurerichtlijn is bepaald dat de lidstaten in bepaald omschreven situaties kunnen afwijken van de regel dat een asiel-verzoeker op het grondgebied mag verblijven in afwachting van de uitkomst van de procedure. Dit artikel heeft de Nederlandse wetgever geïmplementeerd in artikel 7.3, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) en artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 (geen nieuwe elementen). ... In het onderhavige geval is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de desbetreffende bepalingen uit de Procedurerichtlijn op juiste wijze geïmplementeerd. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder in het bestreden besluit heeft geoordeeld dat geen sprake is van strijd met artikel 3 van het EVRM, zoals in artikel 41 van de Procedurerichtlijn is bepaald. Van een dergelijke strijd met artikel 3 van het EVRM is de voorzieningenrechter evenmin gebleken.

Rb Groningen, AWB 18/8447, 9.11.18

Pagina's