Nieuws

Rb: belangenafweging: wel behoud opvang tijdens vovo, mits kortdurend

Het Coa heeft besloten dat de vreemdeling de opvang moet verlaten en de behandeling van het beroep niet in de opvang mag afwachten. De opvang wordt weer voortgezet, indien de vovo door de rechtbank wordt toegewezen. Het beroep zal op korte termijn worden behandeld en alleen in geval van toewijzing van de voorlopige voorziening zal het recht op opvang en verstrekkingen worden gecontinueerd.

Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de vreemdeling bij continuering van opvang en verstrekkingen dient te prevaleren boven het belang van de staatssecretaris om de opvang en verstrekkingen hangende het verzoek om de voorlopige voorziening gekoppeld aan de afwijzing van de asielaanvraag te beëindigen.

Vovo toegewezen.
Rb Rotterdam, NL.17.7467, 4.9.17

Rb: geen recht op opvang tijdens Dublin-vovo ondanks rechtmatig verblijf (zie ook hieronder)

De vreemdeling heeft de aanzegging gekregen van het COA om de opvang te verlaten. Hij heeft verzocht om behoud van opvang. De staatssecretaris stelt dat de afwijzing van de asielaanvraag vanwege Dublin van rechtswege tot gevolg heeft dat de Rva-verstrekkingen worden beëindigd. De vreemdeling stelt dat de opvang moet worden voortgezet, omdat hij de behandeling van de vovo in Nederland mag afwachten. Hij heeft geen andere middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien. De vreemdeling doet tevens een beroep op artikel 3 EVRM.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het feit dat de vreemdeling de behandeling van de vovo in NL mag afwachten, niet tevens impliceert dat hij recht heeft op Rva-voorzieningen. Uit vaste Afdelingsjurisprudentie volgt dat er geen recht is op opvang in situaties die niet zijn voorzien in de Rva, tenzij zich een acute medische noodsituatie voordoet. In dit geval is het niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van zodanige omstandigheden. Het beroep op artikel 3 EVRM kan de vreemdeling ook niet baten, omdat dit onvoldoende onderbouwd is.

Vovo afgewezen.
Rb Zwolle, NL17.7091, 22.8.17

NOS: BBB-akkoord

Volgens de uitgelekte plannen zullen er acht opvanglocaties verspreid over Nederland komen waar gemeenten uitgeprocedeerde asielzoekers naartoe kunnen sturen. Op deze locaties kunnen uitgeprocedeerden twee maanden blijven en zich voorbereiden op terugkeer.

Gemeenten kunnen daarnaast hun eigen opvanglocaties houden. Zij zullen geen boetes krijgen maar ook geen subsidies.

https://nos.nl/nieuws/politiek/, 15.9.17

RvS: detentie mogelijk, ondanks brief detentie-psychiater over schadelijkheid

In de enige grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank, door te overwegen dat uit de brief van de psychiater moet worden geconcludeerd dat in ieder geval vanaf 1 juni 2017 voortzetting van de bewaring schadelijk is voor de vreemdeling en dat de maatregel van bewaring daarom met ingang van die datum onrechtmatig is, blijk heeft gegeven van een onjuiste waardering van die brief nu de psychiater daarin niet heeft gesteld dat de vreemdeling detentieongeschikt is. Daarnaast heeft de rechtbank geen acht geslagen op de mogelijkheden om de voor de vreemdeling vereiste zorg, mogelijk met hulp en ondersteuning door medicatie, binnen een justitiële inrichting te blijven verlenen, aldus de staatssecretaris.

Uit navraag voorafgaande aan de zitting is gebleken dat de regievoerder van de Dienst Terugkeer & Vertrek (hierna: de DT&V) en de medische dienst van het detentiecentrum, die tweemaal per week overleg voeren, niet op de hoogte waren van de brief van de psychiater. Zij waren verbaasd over de inhoud van de brief. De psychische gesteldheid van de vreemdeling wordt dagelijks gemonitord. Indien de vreemdeling meent dat hij detentieongeschikt is, ligt het op zijn weg om daartoe de procedure bij de DT&V aanhangig maken. Dan kan vervolgens worden onderzocht of hij daadwerkelijk detentieongeschikt is, aldus de staatssecretaris.

In zijn brief schrijft de psychiater, die de vaste consulterende psychiater van het Detentiecentrum Rotterdam is dat hij aanwijzingen heeft dat de huidige detentie leidt tot toenemende schade van de psychiatrische gezondheid wat volgens de psychiater bij een jonge man met beperkte copingvaardigheden uit psychiatrisch oogpunt onwenselijk is. Hij schrijft niet dat hij de vreemdeling detentieongeschikt acht en dat voortzetting van zijn detentie medisch onverantwoord is. Nu voorts in het detentiecentrum medische zorg aanwezig is en de geestelijke gezondheidssituatie van de vreemdeling de specifieke aandacht van de medische dienst heeft, is de rechtbank ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling vanaf 1 juni 2017 detentieongeschikt was. De grief slaagt.

Het hoger beroep is kennelijk gegrond.
RvS 201704838/1/V3, 28.8.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:2298

Rb: bij Dublin-overdracht geen oordeel over mogelijk slachtofferschap mensenhandel

De staatssecretaris heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is. De rechtbank overweegt dat in de vreemdelingencirculaire is bepaald dat niet ambtshalve een verblijfsvergunning wordt verleend aan slachtoffers van mensenhandel indien de asielaanvraag niet in behandeling is genomen. De rechtbank verwijst in dit kader naar de Afdelingsuitspraak van 27 januari 2016 (zaak nr. 201504313/1/V3). De rechtbank acht het beroep kennelijk ongegrond en doet om die reden uitspraak zonder zitting.

Beroep ongegrond.
Rb Groningen, NL17.5667, 22.8.17

Rb: onderscheid binnenlands ontheemden en terugkeerders uit buitenland bij vestiging Baghdad

De vreemdeling heeft aangevoerd dat het voor hem als soenniet, terugkerend vanuit het buitenland, afkomstig uit Mosul en zonder familie of netwerk in Bagdad, niet mogelijk is te voldoen aan de voorwaarden die in principe voor toegang en verblijf in Bagdad-stad worden gesteld. Hij heeft gewezen op de brief van de UNHCR van 14 juni 2017 waar volgens hem uit blijkt dat de voorwaarden strenger zijn geworden.

In de Afdelingsuitspraak van 3 juli 2017 (zaak nr. 201703480/1) is vastgesteld dat volgens het ambtsbericht van november 2016 geen onderscheid wordt gemaakt tussen binnenlands ontheemden en terugkeerders uit het buitenland wat betreft toegangsvereisten. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de brief van de UNHCR echter dat inmiddels wel een onderscheid wordt gemaakt. Voor binnenlandse ontheemden uit Ninewa en andere conflictgebieden gelden zware vereisten en verblijf is zelfs niet gegarandeerd als aan alle vereisten wordt voldaan. Verder vermeldt de brief dat dat binnenlandse ontheemden, vooral soennitische Arabieren, in toenemende mate druk ervaren van lokale autoriteiten in Bagdad om terug te keren naar hun streek van herkomst. Zij vrezen voor hun veiligheid, voelen zich niet langer welkom en zien zich in toenemende mate genoodzaakt om uit Bagdad te vertrekken. De rechtbank oordeelt dat, nu het ambtsbericht dit onderscheid niet maakt, het niet langer actueel is. Hierdoor is het onduidelijk aan welke voorwaarden de vreemdeling precies moet voldoen en of vestiging gegarandeerd is.

Voorts heeft de staatssecretaris ter zitting niet kunnen verduidelijken hoe de Iraakse autoriteiten onderscheid weten te maken tussen de binnenlandse ontheemden en terugkeerders uit het buitenland. Dat is voor de vreemdeling als soennitische Arabier uit Ninewa wel van groot belang, gelet op de door de UNHCR gerapporteerde risico’s voor binnenlands ontheemden met deze achtergrond. De staatssecretaris heeft niet gemotiveerd hoe de vreemdeling kan worden erkend als een terugkeerder uit het buitenland waarvoor momenteel lichtere eisen lijken te gelden dan voor binnenlandse ontheemden. De rechtbank is zodoende van oordeel dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat van de vreemdeling in redelijkheid kan worden verwacht dat hij zich vestigt in Bagdad-stad.

Beroep gegrond.
Rb Amsterdam, 16/21187, 5.9.17

Rb: eigen document-onderzoekster deskundig, Bureau Documenten kon geen conclusies trekken

Bureau Documenten heeft onderzoek gedaan naar het door eiser overgelegde document, maar geen conclusies getrokken over de echtheid van het document, noch of het document bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Eiser heeft, om aan te tonen dat het document authentiek is, dr. [naam] verzocht zich uit te laten over het document. Verweerder betwist de expertise van dr. [naam] op dit gebied niet.

De rechtbank is van oordeel dat eiser met het overleggen van het rapport van de onderzoekster voldaan heeft aan zijn inspanningsverplichting, gelet op de op hem rustende bewijslast. Verweerder kan dit rapport niet onder verwijzing naar het onderzoek van Bureau Documenten en met het maken van enkele kritische kanttekeningen zonder nadere motivering terzijde schuiven. Verweerder heeft zich dan ook niet zonder nadere motivering op het standpunt kunnen stellen dat dit document niet aangemerkt kan worden als nieuw element of nieuwe bevinding omdat het niet authentiek is.

Beroep is gegrond.
Rb Haarlem NL17.5701, 31.8.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:10067

Rb: wantrouwen over echte Eritrese nationaliteitsverklaring vereist nader onderzoek door IND

De vreemdeling stelt te zijn geboren in Ethiopië en van Eritrese nationaliteit. Hij had al eerder (2012) een asielverzoek ingediend, maar deze is afgewezen en dit is bevestigd door de Afdeling. Niet werd geloofd dat de vreemdeling behoort tot de Tigrinya bevolkingsgroep. Zo had hij (o.a.) geen documenten overgelegd en had verklaard geen Tigrinya te spreken.

In januari 2017 heeft de vreemdeling een opvolgend asielverzoek ingediend en heeft hieraan een nationaliteitsverklaring ten grondslag gelegd, welke is onderzocht door Bureau Documenten en positief beoordeeld op echtheid, opmaak en afgifte.

De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat aan deze nationaliteitsverklaring niet de gewenste waarde kan worden gehecht, nu op geen enkele wijze inzichtelijk is gemaakt wat voor soort nader onderzoek er ten grondslag heeft gelegen aan de afgifte van de nationaliteitsverklaring. De overgelegde brondocumenten, waaronder het schoolrapport (zonder foto) en een kopie van de identiteitskaart van zijn broer, hebben geen enkel identificerend karakter.

De rechtbank stelt vast dat, blijkens de nationaliteitsverklaring, dit document door de Eritrese autoriteiten is afgegeven op basis van verklaringen van de vreemdeling en het onderzoek van de autoriteiten zelf. Het staat de staatssecretaris niet vrij om geen waarde te hechten aan een door de vreemdeling overgelegde nationaliteitsverklaring, waarvan de authenticiteit door Bureau Documenten is vastgesteld. De rechtbank oordeelt verder dat, indien de staatssecretaris, niet van de juistheid van de gegevens in de nationaliteitsverklaring uit wil gaan, het op zijn weg ligt om daarnaar onderzoek te verrichten bij de Eritrese autoriteiten.

Beroep gegrond.
Rb Haarlem, NL17.6403, 5.9.17

Rb: origineel paspoort in hasa maakt herkomst aannemelijk, ondanks eerdere valse documenten

De vreemdeling heeft eerder een valse stemkaart en geboorteakte overgelegd en uit onderzoek van de KMar is gebleken dat de vreemdeling met een Rwandees paspoort vanuit Rwanda naar Nederland is gereisd. Uit een rapport taalanalyse van BLT volgt dat de vreemdeling eenduidig niet herleidbaar is tot de DRC maar waarschijnlijk tot de spraakgemeenschap binnen Rwanda. De staatssecretaris heeft daarom niet aannemelijk geacht dat de vreemdeling afkomstig is uit de DRC.

De vreemdeling heeft bij zijn opvolgende aanvraag een Congolees paspoort overlegd, waarop als geboorteplaats is vermeld Vyura-Moba en als nationaliteit de Congolese nationaliteit is vermeld. Verder vier geschreven getuigenverklaringen en UNHCR-documenten met betrekking tot zijn echtgenote en hun vier kinderen. De staatssecretaris volgt de vreemdeling vanwege het authentiek bevonden paspoort in zijn Congolese nationaliteit, maar stelt dat de vreemdeling op grond hiervan zijn gestelde herkomst in de DRC nog steeds niet aannemelijk heeft gemaakt.

De rechtbank overweegt, dat de vreemdeling met deze documenten zijn gestelde herkomst in de DRC aannemelijk heeft gemaakt. De staatssecretaris kan zich niet langer op het  standpunt stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij afkomstig is uit de DRC. Het (oude) toetsingskader dat van het relaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht dient uit te gaan, is niet meer van toepassing. Als de staatssecretaris twijfelt aan de authenticiteit van het brondocument op basis waarvan het paspoort is afgegeven, in dit geval de geboorteakte, is het aan de staatssecretaris om in dat geval onderzoek te (laten) doen bij de autoriteiten van de DRC. Van een dergelijk onderzoek is de rechtbank niet gebleken.

De rechtbank stelt de staatssecretaris in de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit binnen zes weken na plaatsing van de tussenuitspraak te herstellen. Beroep gegrond.

Rb Rotterdam, NL17.4252 (tussenuitspraak), 28.7.17

De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris geen nader onderzoek naar de afkomst van de vreemdeling heeft gedaan. De rechtbank blijft bij haar conclusie in de tussenuitspraak dat het beroep gegrond is .

Rb Rotterdam, NL17.4252 (definitieve uitspraak), 6.9.17

SvV&J: aantallen eerste asielzoekers, toelatingspercentages en nationaliteiten

SvV&J: aantallen asielzoekers en toekenningspercentages eerste helft 2017

 

inwilliging

afwijzing

overig

totaal besl

toekenningsperc

2016-I

14.100

6.000

1.190

21.290

66%

2017-I

3.380

7.180

380

10.940

31%

 

SvV&J: top-5 eerste asielaanvragen in eerste helft 2017

Syrie

26%

Iran

14%

Eritrea

14%

Algeije

13%

Irak

11%

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2017/09/08/rapportage-vreemdelingenketen-periode-januari-juni-2017/RapportageVreemdelingenketen+2017-1.pdf

Pagina's