Nieuws

RvS: door advocaat voorgeschoten griffierecht terugbetalen vanwege betalingsonmacht

De vreemdeling heeft in hoger beroep verklaard in Nederland en/of in het buitenland niet over vermogen te beschikken. Dit gold ook tijdens de beroepszaak voor de rechtbank. Dit betekent dat de rechtbank het beroep op betalingsonmacht ten onrechte niet heeft ingewilligd en in het verlengde hiervan ten onrechte heeft nagelaten te bepalen dat de griffier het ten laste van de rekening-courant gebrachte bedrag aan de gemachtigde van de vreemdeling terugbetaalt.

Het hoger beroep is kennelijk gegrond.
RvS 201607676/1/V1, 26.6.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:1676

SVB: kinderbijslag als illegale ouder enig verzorgende ouder van NLs kind is

Naar aanleiding van de uitspraak Chavez-Vilchez e.a., laat de Svb weten dat het in de gevallen waarin het evident is dat de moeder de enige verzorgende ouder is en er geen contact is met de vader, zonder advies van de IND de Koppelingswet niet langer zal tegenwerpen. Wel moet aan de overige voorwaarden voor kinderbijslag worden voldaan.

Sociale Verzekeringsbank - Brief in bezwaarprocedure, 26.6.17              

VN-aanbevelingen IVESCR-rapportage: arbeidsinspectie moet los staan van immigratiedienst

  1. While the Committee notes the measures taken by the State party to improve the situation of domestic workers, it remains concerned that these workers still do not enjoy all their economic, social and cultural rights. The Committee is also concerned that employers do not always pay the required social security contributions. The Committee is further concerned that labor inspectors have dual responsibilities of controlling not only working conditions but also the observance of legislation relating to the stay of foreign workers on the territory and related fraud, which may prevent migrant workers from reporting labour misconduct (art. 7).
  2. The Committee recommends that the State party take immediate actions to ensure effective protection of all workers in the labor market, including domestic workers and migrant workers, in accordance with the Covenant. The Committee further invites the State party to reconsider the dual responsibilities entrusted upon labour inspectors with a view to ensuring access to effective remedies to all workers subject to unjust or unfavourable labor conditions. The Committee refers the State party to its General comment No. 23 (2016) on the right to just and favourable conditions of work.

http://tbinternet.ohchr.org/_layouts/treatybodyexternal/Download.aspx?symbolno=E%2fC.12%2fNLD%2fCO%2f6&Lang=en, 23.6.17

Het College voor de Rechten van de Mens publiceerde al een samenvatting, zie hier: https://mensenrechten.nl/berichten/vn-comit-vraagt-meer-aandacht-voor-economische-sociale-en-culturele-rechten-wetgeving-en.

RvS: beleid tav VBL-toegang

Uitgangspunt is, dat een uitgeprocedeerde vreemdeling van het onderdak in de VBL gebruik kan maken indien hij zich bij voorbaat oprecht en geloofwaardig bereid verklaart mee te werken aan zijn vertrek uit Nederland. Bovendien moet er volgens de staatssecretaris zicht zijn op dat vertrek. Aan dit vereiste wordt voldaan indien het vertrek in beginsel binnen twaalf weken kan worden gerealiseerd. Indien voorzienbaar is dat het vertrek niet binnen die periode kan worden gerealiseerd of die termijn uiteindelijk niet wordt gehaald, heeft dit niet tot gevolg dat de staatssecretaris het onderdak weigert dan wel beëindigt, zolang er sprake is van medewerking als vorenbedoeld.

De vereiste daadwerkelijke bereidheid om mee te werken aan het vertrek uit Nederland wordt per individueel geval beoordeeld door na te gaan of de desbetreffende vreemdeling reeds handelingen heeft verricht om zelfstandig te vertrekken. Van belang is of hij, naast schriftelijk te hebben verklaard terug te willen keren, zelfstandig heeft geprobeerd documenten te bemachtigen, kan aantonen dat hij is ingeschreven bij de IOM of dat hij in contact staat met een niet-gouvernementele organisatie of met familie dan wel vrienden om zijn vertrek te realiseren. Alle inspanningen die in het verleden door de vreemdeling zijn geleverd om tot vertrek uit Nederland te komen, worden vastgelegd in het registratiesysteem van de DT&V. Deze informatie wordt meegewogen door de regievoerder, maar is niet per definitie doorslaggevend. Als een vreemdeling in het verleden niets heeft ondernomen of nooit zijn nationaliteit en/of identiteit aannemelijk heeft gemaakt, dan wel ronduit weigerachtig is geweest mee te werken, staat dat aan het verlenen van onderdak niet in de weg. Aan de vreemdeling zullen dan wel zekere - hogere - eisen worden gesteld: hij zal tijdens het gesprek blijk moeten geven van een zeer reële wens tot terugkeer en deze in beginsel moeten onderbouwen met een concreet plan van aanpak.

In aanmerking genomen dat het bij enkele landen volstaat dat de nationaliteit wordt bevestigd, terwijl bij sommige landen het tevens van belang is dat ook de identiteit van de desbetreffende persoon bekend is voordat een (vervangend) reisdocument wordt verstrekt, wordt van de desbetreffende vreemdeling wel verwacht dat hij laat zien aan de eventuele specifieke eisen van het desbetreffende land te willen voldoen. 
Heeft een vreemdeling zelf door bemiddeling van de ambassade een reis- of identiteitsdocument geregeld of staat hij reeds in contact met een niet-gouvernementele organisatie die hem begeleidt bij het vertrek uit Nederland, dan krijgt hij toegang tot de VBL. Indien een vreemdeling geen gebruik heeft gemaakt van een eerder voorwaardelijk aanbod van onderdak in de VBL kan dit erop wijzen dat die vreemdeling daarvan heeft afgezien, omdat hij niet bereid is om mee te werken aan vertrek. Bij de beoordeling of een vreemdeling wordt toegelaten tot de VBL worden echter alle relevante omstandigheden zoveel mogelijk betrokken. Als een vreemdeling al langere tijd onrechtmatig in Nederland verblijft en nimmer invulling heeft gegeven aan zijn vertrekplicht zal die vreemdeling aannemelijk moeten maken waarom hij thans wel bereid is om mee te werken aan vertrek. Het vorenstaande geldt onverkort voor kwetsbare personen. 
Het zojuist weergegeven beleid heeft de staatssecretaris niet bij besluit vastgesteld en evenmin als zodanig op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Het betreft dan ook geen beleidsregel. Hieruit volgt dat de staatssecretaris per concreet geval moet motiveren waarom hij, gezien de persoon van de desbetreffende vreemdeling en diens perspectief voor vertrek uit Nederland, ervoor heeft gekozen hem vooraf tegen te werpen dat hij niet meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland.

RvS 201609349/1/V1, 5.7.17
ECLI:NL:RVS:2017:1741

zie voor psychische problematiek: RvS 201701248/1/V1 5.7.17
ECLI:NL:RVS:2017:1825

idem: RvS 201701724/1/V1, 5.7.17
ECLI:NL:RVS:2017:1828

bij deze persoon vond geen gesprek plaats: RvS 201605550/1/V1, 5.7.17
ECLI:NL:RVS:2017:1826

VN-aanbevelingen IVESCR-rapportage: recht op onderdak

  1. The Committee is concerned that restrictive provisions in, inter alia, the Benefit Entitlement Act, which links access to housing, education and welfare benefits to a legal residency status, have contributed to a precarious situation for undocumented migrants and rejected asylum-seekers in the State party. The Committee is further concerned that access to food, water and housing are not guaranteed under this Act. The Committee further notes with concern that the Government has made access to housing for undocumented migrants conditional upon a “demonstrated willingness to return to the country of origin” and that it has threatened to sanction municipalities that continue to provide shelter to undocumented migrants (arts. 2 and 11).
     
  2. Reiterating its previous recommendation (E/C.12/NLD/6, para 130), the Committee reminds the State Party of its obligation to ensure that all persons in its jurisdiction enjoy the minimum essential levels of each of the rights in the Covenant, including the rights to food, housing, health, water and sanitation. The Committee urges the State party to:

(a)          Refrain from making access to food, water and to housing conditional on an individual’s willingness to return to his or her country of origin;

(b)         Put in place a comprehensive strategy to ensure that everyone, including undocumented migrants, enjoy minimum essential levels of all Covenant rights and ensure it is supported by adequate funding.

The Committee reminds the State party of its Statement on the Duties of States towards Refugees and Migrants under the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights (E/C.12/2017/1) and its General Comment no. 20 (2009) regarding non-discrimination in economic, social and cultural rights.

http://tbinternet.ohchr.org/_layouts/treatybodyexternal/Download.aspx?symbolno=E%2fC.12%2fNLD%2fCO%2f6&Lang=en, 23.6.17

Zie ook het College voor de Rechten van de Mens: https://mensenrechten.nl/berichten/vn-comit-vraagt-meer-aandacht-voor-economische-sociale-en-culturele-rechten-wetgeving-en.

RvS: met EU-lp plus ID-document naar Iran uitgezet

Het vovo-verzoek bij de Afdeling van een Iraniër die op het punt stond om uitgezet te worden, is afgewezen. Op 19 juni jl. is de vreemdeling vervolgens uitgezet naar Teheran. Uit deze uitspraak blijkt dat de uitzetting is geschied met een EU-staat in combinatie met een identiteitsdocument. Dit is een breuk met de werkwijze tot nu toe, waarbij gedwongen terugkeer alleen mogelijk was met een paspoort. Deze gelukte uitzetting met een EU-staat betekent dat er waarschijnlijk meer uitzettingen naar Iran zullen volgen.

RvS vovo 201704914/1/V2, 19.6.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:1611

Rb: wel zicht op uitzetting naar Algerije

Op 26 mei 2017 hebben de Algerijnse autoriteiten ten behoeve van eiser een laissez-passer (lp) aanvraag ontvangen. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat in 2016 138 lp-aanvragen zijn ingediend bij de Algerijnse autoriteiten, dat er 5 lp’s zijn afgegeven en dat er 8 gedwongen uitzettingen hebben plaatsgevonden, waarvan 5 met paspoort en 4 met een lp. Ook heeft verweerder toegelicht dat in januari en februari 2017 40 lp-aanvragen zijn ingediend bij de Algerijnse autoriteiten, dat er 2 lp’s zijn afgegeven en dat er 3 gedwongen uitzettingen hebben plaatsgevonden, allen met een lp. Tot 3 mei 2017 zijn er inmiddels 6 lp’s afgegeven, aldus verweerder.

Gelet op voornoemde informatie bestaat geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, bij voldoende medewerking van eiser, ontbreekt.

Rb Rotterdam 17/11367, 22.6.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:6921

Rb: vrijlating uit detentie vanwege asielprocedure ivm prejudiciele vragen

Beroep gegrond. De vreemdeling heeft een asielverzoek ingediend nadat hij in vreemdelingenbewaring is gesteld. Hij heeft daardoor rechtmatig verblijf. Hij heeft nog niet eerder een terugkeerbesluit gekregen. De rechtbank verwijst naar de door rechtbank Haarlem gestelde prejudiciële vraag, van 13 januari 2016.  De rechtbank overweegt bovendien dat met de Afdelingsuitspraak van 13 mei 2016 niet duidelijk is geworden of detentie van een vreemdeling tegen wie geen verwijderingsprocedure hangende is, is toegestaan. Voorts weegt het belang van de vreemdeling om zijn asielprocedure in vrijheid af te wachten zwaarder dan het belang van de staatssecretaris bij toepassing van de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan in afwachting van het antwoord van het HvJ op de eerdergenoemde prejudiciële vragen. Hierbij is van belang dat het nog onzeker is wanneer de vragen zullen worden beantwoord.

De maatregel is onevenredig bezwarend en derhalve vanaf het moment van oplegging niet gerechtvaardigd. De rechtbank beveelt opheffing.
Rb Utrecht, 17/10645, 1.6.17

Ombudsman: weigering bezoek detentiecentrum moet gemotiveerd worden

Een echtpaar dat regelmatig ingesloten vreemdelingen bezoekt, wordt de toegang ontzegd. De toelichting van de directeur over opruiend gedrag is niet afdoende. De advocaat dient hierover klachten bij de ombudsman in. De Nationale ombudsman adviseert Justitie in gesprek te gaan met het echtpaar om te kijken hoe het vertrouwen in Justitie hersteld kan worden.

Ombudsman 2017/072
https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2017072

NLse antwoorden vragen Comité tegen Foltering: isolatie in vreemdelingendetentie

Persons placed in isolation can contact their lawyer if they wish to do so......

The basic aim of the new bill on return and immigration detention is to have as few restrictions as possible. A detainee will only be placed in protective isolation if this is absolutely necessary for his/her safety and/or that of personnel and others in the centre. Secondly, isolation as a disciplinary measure is possible if the person concerned has grossly misbehaved (for example, has stolen goods from other detainees, destroyed property or been violent towards staff etc.). The use of isolation is governed by a number of procedural safeguards to ensure the proper application of the measure, such as an interview with the director of the centre before the measure is imposed and legal remedies (a complaints committee within the centre and the possibility of appeal to the Council for the Administration of Criminal Justice and Protection of Juveniles). The maximum duration of protective isolation is in principle two weeks, but the measure will be ended as soon as it is no longer necessary. In certain circumstances a person may be isolated in his/her own room instead of in a cell. If safely possible in the specific case, isolation rooms are equipped with facilities (sound and vision via touch screen) to reduce the risk of sensory deprivation. There is also daily contact with detention centre staff.

If a migrant is placed in isolation, the physician at the detention centre is informed. In the case of protective isolation, a psychologist or physician will assess the situation every day to see if the measure is still necessary. No migrants are placed in isolation for the sole reason that they are on hunger strike. As a rule, migrants stay in their own rooms. If migrants have to be monitored for medical reasons (because they are on hunger strike, or for their own protection if they have suicidal thoughts) they can be placed under camera surveillance. The director of the centre has to ask advice from the physician or from a psychologist if camera surveillance is being considered. Annual statistical data on the number of undocumented migrants placed in isolation is not available. ...

As of 13 September 2013 all alternative measures for detention are formally in use and are codified in the Aliens Act. There is no information available on the proportion of cases per year in which alternative measures are applied. ...

All detention centres have had body scanners since 2014. Strip searches and body cavity searches may only be conducted in exceptional circumstances and are in principle performed by a person of the same sex, except where precluded by extraordinary circumstances, for example violence on the part of the person being searched. No overview is available of the number of complaints about strip searches and their outcome.

Bijlage bij Kamerstuk 33826 nr. 21, 6.7.17
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-812722.pdf

Pagina's