Nieuws

Rb: geen opvang tijdens vovo bij beroep, als asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen

De asielaanvraag is in de verlengde procedure kennelijk ongegrond verklaard. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist. Alsmede wordt verzocht te bepalen dat de opvang niet beëindigd mag worden tot een week na bekendmaking van de uitspraak in beroep.

De voorzienigenrechter oordeelt als volgt. In artikel 3 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) is uitputtend neergelegd welke categorieën vreemdelingen recht hebben op opvang van het COA. De vreemdeling valt niet onder een van die categorieën. Er is evenmin gebleken van zeer bijzondere omstandigheden die tot feitelijke opvang nopen, zoals bedoeld in de Afdelingsuitspraak van 28 maart 2017(200605521/1). De staatssecretaris is niet gehouden om de gevraagde voorzieningen te continueren op grond van de Rva 2005. 

Rb Den Haag, NL17.9885, 20.10.17

Rb: resultaten Chinese delegatie afwachten voor zicht op uitzetting naar China

De ABRvS heeft op 13 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1305) vastgesteld dat uitzetting naar China binnen een redelijke termijn is komen te ontbreken.

Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er van 23 oktober 2017 tot en met 3 november 2017 een delegatie uit China naar Nederland komt om een identificatiemissie uit te voeren. Het bezoek is gericht op het verkrijgen van laissez passer voor ongedocumenteerde vreemdelingen uit China. Ook eiseres zal met dit doel aan de delegatie worden gepresenteerd.

De rechtbank is gelet op deze omstandigheden van oordeel dat verweerder tenminste een reële kans moet worden gegund om voor eiseres een laissez passer te verkrijgen van de Chinese delegatie. De rechtbank verwacht daarbij wel van verweerder dat, als de identificatiemissie voor de voorgenomen uitzetting van eiseres geen concreet resultaat oplevert, hij daaruit zelf een gevolgtrekking maakt voor de haar opgelegde maatregel van bewaring. Beroep afgewezen.

Rb Utrecht NL17.10057, 23.10.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:12340
idem Rb Utrecht NL17.10363, 23.10.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:12342

Rb: straf voor hulp bij verblijf ongedocumenteerde in bedrijf

Een bedrijfsleider van een tuinbouwbedrijf is veroordeeld tot 2 maanden celstraf wegens mensensmokkel. De man gaf een ongedocumenteerde man uit Marokko werk, loon en onderdak in het bedrijf. De rechtbank spreekt de bedrijfsleider vrij van uitbuiting. Het bedrijf moet een boete betalen van 20.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast zijn het bedrijf en de man veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van zo’n 11.700 euro aan de illegale werknemer.

Bij het bepalen van de straf neemt de rechtbank in aanmerking dat de bedrijfsleider in de basis goede bedoelingen lijkt te hebben gehad om de man in dienst te nemen. Hij bood hem onderdak op uitdrukkelijk verzoek van een medewerker die hij reeds jarenlang kende. De keerzijde van deze vriendendienst is echter dat deze aanvankelijk goedbedoelde hulp erin heeft geresulteerd dat de man onverzekerd werkzaamheden heeft verricht.

Dit leidde tot een zeer onwenselijke situatie, waarvan het tuinbouwbedrijf voordeel had en waarbij het op onwettige wijze (onder meer) arbeidskosten bespaarde. Als gevolg van een ongeval gedurende de - deels op eigen initiatief verrichte - illegale werkzaamheden is de persoon bovendien gewond geraakt. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat getracht is de illegale huisvesting te verdoezelen op het moment dat de illegale werknemer na dit ongeval in het ziekenhuis werd opgenomen door een valse naam op te geven

Rb Overijssel (mk), 08/997005-16 (straf), 16.10.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:3888

Rb: beter beoordelen toegankelijkheid medische zorg oudere Egyptenaar met hartproblemen

Eiser heeft in oktober 2015 een bypassoperatie ondergaan. Hij heeft pijnklachten bij het lopen en verhoogde bloeddruk. Zijn behandeling is van blijvende aard. Het uitblijven van behandeling zal kunnen leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn.

Behandeling voor de klachten waaraan eiser lijdt, is mogelijk in het Dar El Fouad Hospital te Cairo. De benodigde specialismen (cardioloog, vaatchirurg) zijn aanwezig en zo nodig zijn er mogelijkheden voor aanvullende cardiale interventies (zoals opnieuw een bypassoperatie of plaatsen'van een stent). Voor zover vereist is ook vaatchirurgie om de doorbloeding van de benen te verbeteren, aanwezig. De door eiser gebruikte medicatie is aanwezig....

De rechtbank stelt vast dat eiser volgens het BMA-advies van 16 november 2016 bij het uitblijven van de medische behandeling op korte termijn in een medische noodsituatie zal geraken. Verder heeft eiser een begin van bewijs geleverd dat de benodigde medische behandeling in het priveziekenhuis Da el Fouad duur is en dat hij daartoe niet de financiele middelen heeft. Eiser heeft aangegeven nog uitgebreidere informatie daarover te hebben, maar dat hij deze niet meer tijdig voor de zitting aan de rechtbank kon toezenden.

Verweerder zal eiser in de gelegenheid dienen te stellen deze informatie over te leggen en vervolgens zal verweerder op basis daarvan dienen te beoordelen .of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de voor hem benodigde zorg voor hem niet toegankelijk is. Indien dat het geval is zal verweerder door middel van zorgvuldig onderzoek de onzekerheid . over een schending van artikel 3 van het EVRM weg dienen te nemen.

De rechtbank draagt verweerder op om binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Rb Haarlem AWB 17/2487, 10.10.17

Rb: status humanitair na 3jr status als mensenhandelslachtoffer

Verweerder heeft de verblijfsvergunning op basis van de Verblijfsregeling Mensenhandel ingetrokken en de aanvraag tot wijziging van de beperking in ‘humanitair niet-tijdelijk’ afgewezen omdat eiser niet drie jaar onafgebroken verblijf had.

De rechtbank concludeert dat de termijn van drie jaar na verblijf als slachtoffer of slachtoffer-aangever van mensenhandel niet onafgebroken hoeft te zijn. Niet is in geschil dat eiseres al meer dan drie jaar verblijf heeft in Nederland als slachtoffer of slachtoffer-aangever in de hier bedoelde zin. Dat betekent dat verweerder ten onrechte de aanvraag tot wijziging van de beperking om die reden heeft afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep in zoverre gegrond.

Rb Arnhem AWB 17/4363, 24.10.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:12768

Rb: individuele beoordeling inkomensvereiste verplicht/ ook voor mvv is Chavez van toepassing

Uit de arresten Chakroun, ECLI:EU:C:2010:117 en Khachab, ECLI:EU:C:2016:285 van het Hof van Justitie volgt dat een concrete beoordeling van de inkomenssituatie van de vreemdeling en de desbetreffende referent verplicht is, waarbij alle door of namens die vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden betrokken worden. Dit geldt ook bij de weigering van een mvv vanwege het niet zelfstandig beschikken over voldoende middelen van bestaan.

De rechtbank oordeelt dat ten onrechte is nagelaten een concrete beoordeling te maken van de situatie van eiser en referent, waarbij hij alle door of namens eiser aangevoerde individuele omstandigheden betrekt. Verweerder dient een dergelijke beoordeling alsnog te verrichten....

Bovendien heeft het stel een Nederlands kind. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt, dat het EU-verblijfsrecht slechts getoetst kan worden indien eiser zich in Nederland bevindt. Zoals blijkt uit het arrest Chavez-Vilchez, is relevant of er sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn dochter, dat de dochter van eiser, als direct gevolg van de ontzegging van een verblijfsrecht aan eiser, genoodzaakt zal zijn het grondgebied van de Europese Unie te verlaten. Naar het oordeel van de rechtbank kan de beantwoording van deze vraag niet afhankelijk worden gesteld van de aanwezigheid van eiser in Nederland.

Het beroep is gegrond.
Rb Arnhem WB 17/6558, 6.11.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:12769

WBV 2017/10 : asielbeleid Russische Federatie

De volgende groepen worden aangemerkt als risicogroep: LHBT's uit alle delen van de Russische Federatie, m.u.v. Tsjetsjenië; politieke activisten en andere personen die significant kritiek leveren op het regeringsbeleid. LHBT's uit Tsjetsjenië worden beschouwd als een groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging i.d.z.v. art. 1A Vluchtelingenverdrag.

De IND neemt aan dat het voor LHBT's niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Aan LHBT's wordt terughoudend een vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen. De IND neemt aan dat er voor LHBT's uitsluitend een vlucht- of vestigingsalternatief is, als uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT's uit Tsjetsjenië zal in beginsel geen beschermingsalternatief worden tegengeworpen.

Voor amv’s uit de Russische Federatie geldt i.i.g. dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn en de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Inwerkingtreding: 1 november 2017
Staatscourant nr. 62634, 31.10.17
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-62364.html

SvJ&V: Landgebonden asielbeleid Pakistan

Zowel de christenen als ahmadi’s worden aangemerkt als risicogroep. Ten aanzien van beide groepen wordt aangenomen dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te krijgen.

Situatie ahmadi’s

Uit het thematische ambtsbericht, maar ook de Guidelines van de UNHCR komt naar voren dat de situatie voor ahmadi’s verder is verslechterd en dat de intolerantie en discriminatie tegen ahmadi’s is toegenomen. In de verslagperiode kregen ahmadi’s regelmatig te maken met sektarisch geweld waarbij ook dodelijke slachtoffers zijn gevallen.

Hoewel de situatie voor ahmadi’s niet rooskleurig is, blijkt uit het ambtsbericht niet dat elke persoon die behoort tot deze groep een gegronde vrees heeft voor vervolging. Ahmadi’s blijven daarom als risicogroep aangemerkt. Voor deze groep is niet langer een beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig in het geval een individuele vrees aannemelijk is gemaakt.

Positie christenen

Hoewel ook het leven voor christenen in Pakistan lastig is, worden zij in mindere mate beperkt dan ahmadi’s. Het ambtsbericht geeft geen reden om de aanduiding van christenen uit Pakistan als risicogroep aan te passen. Aan hen kan in een voorkomend geval nog wel een beschermingsalternatief worden tegengeworpen.

Positie afvalligen van het islamitisch geloof

Hoewel er in Pakistan geen formele wet tegen afvalligheid of tegen bekering tot een ander geloof bestaat, kan een moslim volgens de islamitische wet nimmer de islam afzweren. Afvalligheid van de islam kan volgens de sharia zelfs met de dood worden gestraft. Een persoon die zich tot het christendom of ahmadi-geloof bekeert, is volgens de Pakistan Penal Code niet strafbaar. Maar als de bekeerling een moslim is, heeft hij te maken met de sharia die afvalligheid van de islam strafbaar stelt. Deze bekeerlingen worden vaak geconfronteerd met verbanning uit de familie, sociale segregatie en (dodelijk) geweld. Gelet op de slechte situatie van bekeerlingen en afvalligen uit Pakistan heb ik besloten deze groep aan te merken als risicogroep, waardoor zij met geringe indicaties hun vrees voor vervolging aannemelijk kunnen maken. Ook voor hen geldt dat aangenomen wordt dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te krijgen. Een binnenlands beschermingsalternatief wordt aan hen niet tegengeworpen.

Kamerstuk 19637 nr. 2350, 31.10.17
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-2350.html

Rb: voor mensen die te vrezen hebben van Taliban is Kabul niet veilig

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in deze zaak onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Kabul een veilig vestigingsalternatief zou zijn voor eiser. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het ambtsbericht blijkt dat de Taliban een gestructureerde organisatie is, die opereert in het hele land, waaronder in Kabul, en in alle geledingen van de bevolking invloed heeft. De Taliban beschikt over een netwerk dat hen in staat zou kunnen stellen eiser op te sporen. Verder heeft eiseres 1 verklaard dat zij weliswaar geboren is in Kabul, maar sinds haar huwelijk daar niet meer is geweest en geen familie meer heeft in Kabul.

Gelet op het overwogene is de rechtbank van oordeel dat verweerder zijn standpunt, dat eiser in Kabul niet heeft te vrezen voor de Taliban, onvoldoende heeft gemotiveerd en derhalve onvoldoende heeft gemotiveerd dat Kabul voor eiser als veilig vestigingsalternatief kan gelden.

Rb Middelburg NL17.1878, 2.10.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:12651

Rb: Somalische documenten zonder vooronderzoek verstrekt door ambassade niet betrouwbaar

De broer van zijn oma heeft verklaard dat zij naar de Somalische ambassade zijn gegaan en op basis van een kort interview en zonder het tonen van enig document in het bezit zijn gesteld van de betreffende documenten. Er is niet gebleken dat de Somalische ambassade enig verificatieonderzoek heeft verricht d.m.v. het raadplegen van enige brondocumenten. Gelet hierop kan zonder nadere onderbouwing niet van de inhoudelijke juistheid van de stukken worden uitgegaan. Nu hij de gestelde Somalische nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft de staatssecretaris terecht zijn aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld.

Rb Utrecht, NL17.6511, 4.10.17

Pagina's