Nieuws

Rb: geen opvang in VBL, want wil niet terugkeren

De vreemdeling heeft tijdens het vertrekgesprek verklaard dat hij wegens gezondheids-problemen niet naar India kan terugkeren en dat hij niet wil terugkeren omdat hij niets en niemand meer heeft in India. De staatssecretaris heeft op basis van deze verklaringen terecht geconcludeerd dat de vreemdeling niet bereid was mee te werken aan zijn vertrek uit Nederland. Het standpunt van de vreemdeling in beroep dat op basis van het gesprek geen conclusies over zijn bereidheid tot medewerking aan vertrek konden worden getrokken, mist dan ook feitelijke grondslag.

Beroep gegrond (vanwege niet voldaan aan hoorplicht), rechtsgevolgen blijven in stand.
Rb Haarlem, 16/26151, 27.12.17

Rb: wel zicht op uitzetting naar Congo

Uit de informatie van verweerder blijkt dat in 2016 34 aanvragen voor een vervangend reisdocument bij de Congolese autoriteiten zijn ingediend, deze autoriteiten 17 lp’s hebben verstrekt en 12 uitzettingen naar Congo hebben plaatsgevonden. In 2017 zijn 43 vervangende reisdocumenten aangevraagd, hebben de Congolese autoriteiten 2 documenten verstrekt en zijn geen vreemdelingen naar Congo uitgezet. In de daling van het aantal lp-verstrekkingen in 2017 ten opzichte van 2016 en de omstandigheid dat in 2017 geen uitzetting naar Congo heeft plaatsgevonden, ziet de rechtbank, anders dan eiser, geen grond voor het oordeel dat op dit moment geen zicht op uitzetting naar de DRC kan worden aangenomen. Daarbij wordt betrokken dat van de vreemdelingen voor wie in 2017 een vervangend reisdocument was aangevraagd meer dan de helft niet is gepresenteerd bij de Congolese autoriteiten vanwege het niet willen verschijnen voor een presentatie (no-show), vertrek met onbekende bestemming dan wel openstaande procedures. Verder is van belang dat één van de vreemdelingen voor wie een document was verstrekt uiteindelijk met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie is vertrokken en dat de voor de andere vreemdeling verstrekte lp door procedures is verlopen. Volgens verweerder zal voor deze vreemdeling binnenkort opnieuw een lp worden afgegeven. Gelet op het voorgaande heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat er een mogelijkheid is eiser binnen een redelijke termijn uit te zetten, als hij actief en volledig meewerkt.

Het beroep is ongegrond.
Rb Rotterdam NL17.14681, 5.1.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:91

Hoge Raad: ondanks niet-uitreizen toch veroordeling voor schending inreisverbod mogelijk

’s Hofs oordeel, dat inhoudt dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen en waarin besloten ligt dat verdachte illegaal in Nederland verbleef terwijl niet is gebleken van een geldige reden om niet terug te keren, zodat ter zake een gevangenisstraf kon worden opgelegd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Voor zover wordt betoogd dat uit (rechtspraak van de HR over) de Terugkeerrichtlijn voortvloeit dat in een geval als het onderhavige, waarin het Hof heeft vastgesteld dat de stappen van de in de Terugkeerrichtlijn vastgelegde terugkeerprocedure op een eerder moment zijn doorlopen, de rechter - alvorens hij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt wegens handelen i.s.m. art. 197 Sr - zich ervan dient te vergewissen dat die stappen niet nogmaals dienen te worden doorlopen, steunt het middel op een onjuiste rechtsopvatting. Verwerpt het beroep in cassatie.

Hoge Raad (straf), 16/02491, 19.12.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:3195

SvJ&V: rol medisch professionals bij signaleren mensenhandel

Volgens het recente rapport van de Nationaal Rapporteur komt 50% van de medisch professionals met slachtoffers van mensenhandel in aanraking. De minister van VWS heeft aangegeven in overleg te zullen treden met de KNMG over de mogelijkheden om de signalering van mensenhandel door artsen en ander medisch personeel te verbeteren. De uitkomsten van dit gesprek zullen worden meegenomen in het integrale plan van aanpak dat ik onder andere met mijn collega’s van VWS en SZW ontwikkel om de aanpak van mensenhandel te versterken. Dit plan van aanpak zal in het eerste kwartaal van 2018 aan uw Kamer worden verzonden. ...

Bij 81,3% van de gemeenten is een contactpersoon werkzaam bij wie signalen van mensenhandel gemeld kunnen worden.  In het plan van aanpak zal ook aandacht worden besteed aan de vraag hoe gemeenten verder gestimuleerd en gefaciliteerd kunnen worden om hun verantwoordelijkheid te nemen in de bestrijding van mensenhandel.

Bijlage bij Handelingen 29-3, 3.1.18 (vergadering 30.11.17)
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-828828.pdf

Tijdelijke regeling aannemelijkheid slachtofferschap mensenhandel

Onder meer de Nationaal Rapporteur Mensenhandel pleit ervoor om de identificatie van slachtoffers mensenhandel meer los te koppelen van het strafproces, door het inrichten van een alternatieve, onafhankelijke identificatieprocedure. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt gedurende 2018 bij wijze van proef uitgebreid met een Subcommissie slachtofferschap mensenhandel, die tot taak heeft om op aanvraag een multidisciplinair deskundigenbericht uit te brengen over de vraag of het aannemelijk is dat de aanvrager slachtoffer van mensenhandel is. Dat deskundigenbericht kan o.a. helpen bij de aanvraag van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.....

Op dit moment zijn er verschillende partijen, zoals de IND en opvanginstellingen, die worden geconfronteerd met de vraag of het aannemelijk is of iemand slachtoffer van mensenhandel is of niet. Bij een grote groep slachtoffers van mensenhandel kan of wordt het slachtofferschap niet door middel van een strafrechtelijke vervolging van de dader bewezen of vastgesteld. Ook zonder vervolging en veroordeling van de verdachte/dader kan iemand wel degelijk slachtoffer zijn en moet hij of zij dus toegang kunnen krijgen tot bepaalde voorzieningen. Hiertoe dient een procedure te worden ingericht. Om vorm te geven aan een dergelijke procedure, is binnen het Nationaal Verwijsmechanisme Mensenhandel (NVM) het traject ‘multidisciplinaire advisering slachtofferschap mensenhandel’ gestart. In dat kader is in 2015 een verkennend onderzoek verricht. In vervolg hierop wordt in 2018 een operationele pilot uitgevoerd. Deze heeft als hoofddoelen: 1) nagaan of de multidisciplinaire commissie slachtofferschap mensenhandel daadwerkelijk de aannemelijkheid van slachtofferschap kan beoordelen en 2) nagaan of het deskundigenbericht van de subcommissie toegevoegde waarde heeft voor betrokken partijen (zoals de slachtoffers zelf, de IND en opvanginstellingen). Het WODC zal de pilot eind 2018 evalueren.

Inwerkingtreding: 1 januari 2018, en vervalt m.i.v. 1 januari 2019.
Tijdelijke regeling van de MvR, nr 2169425, 18.12.17 in staatscourant Nr. 74288, 28.12.17
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-74288.html

SvJ&V: bevorderen arbeidsmigratie

Het regeerakkoord zet in op een legaal migratiebeleid dat naar rato van de behoefte van de arbeidsmarkt positief is. ... De komende periode gaat het kabinet bezien waar de behoefte van de arbeidsmarkt precies zit. Dit kan leiden tot het verder aanpassen van bestaande regelingen, maar ook tot het eventueel opzetten van nieuwe toelatingsregelingen. Ook wil het kabinet komend jaar bezien of er barrières weggenomen kunnen worden om kennismigranten aan te nemen, vooral voor kleinere bedrijven. Voor internationaal talent zijn bovendien motieven zoals carrièrekansen, een fijn leefklimaat, de aanwezigheid van kennisinstellingen, een goed startup-ecosysteem of een gunstig belastingklimaat doorslaggevend om te migreren. Door in te zetten op een goed vestigingsklimaat bevordert het kabinet de aantrekkelijkheid van Nederland.

Bijlage bij Handelingen 29-3, 3.1.18 (vergadering 30.11.17)
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-828828.pdf

RvS: geen nareis achtergebleven kind uit extended family want geen deel gezin

De rechtbank heeft overwogen dat zelfs als het samengestelde gezin niet kan worden aangemerkt als het gezin van de referent, het besluit geen stand kan houden. Volgens de rechtbank doen zich bijzondere omstandigheden voor die maken dat het beleid gevolgen heeft die onevenredig zijn. De rechtbank heeft erop gewezen dat de echtgenote en de biologische kinderen van de referent zeer waarschijnlijk in de gelegenheid zullen worden gesteld zich met hem te herenigen en dat van de vreemdelinge niet kan worden verwacht dat zij zich alleen staande kan houden nu zij twaalf jaar oud is. Volgens de rechtbank loopt de vreemdelinge een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000).

De staatssecretaris bestrijdt deze overweging. De staatssecretaris voert terecht aan dat de rechtbank niet heeft onderkend niet bevoegd te zijn om af te wijken van een wettelijk vereiste, namelijk dat een vreemdeling op het moment van de binnenkomst van de desbetreffende referent in Nederland tot diens gezin behoort.

De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.
RvS 201707637/1/V1, 29.12.17
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:3620

RvS : geen algemeen risico Libie

De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Libië, in het bijzonder in Benghazi, thans niet zodanig slecht is dat de vreemdeling reeds om die reden daarnaar niet kan terugkeren. Weliswaar doet zich een bepaalde mate van willekeurig geweld voor doordat milities gevechtsmethoden gebruiken die het risico op willekeurige burgerslachtoffers verhogen, maar dit maakt niet dat de situatie daarmee als uitzonderlijk moet worden aangemerkt. Er is geen sprake van een situatie waarbij een burger die in het geheel niet verbonden is met één van de strijdende partijen louter door zijn aanwezigheid in Libië, in het bijzonder in Benghazi, een reëel risico loopt op een bedreiging. Ook het afgenomen aantal ontheemden en de omstandigheid dat het aantal dodelijke slachtoffers niet lijkt te zijn toegenomen dienen in dit verband te worden meegewogen. De omstandigheid dat de ons omringende landen de veiligheidssituatie in Libië verschillend beoordelen, maakt op zichzelf niet dat het standpunt van de staatssecretaris niet deugdelijk is. De grief slaagt.
Het hoger beroep is kennelijk gegrond.

RvS 201706705/1/V2, 4.1.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:1

idem RvS 201706057/1/V2, 4.1.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:2

EHRM: geen risico bij terugkeer voor Iraanse bekeerling

Het Europese Hof oordeelt dat de algemene mensenrechtensituatie in Iran de uitzetting van Iraanse onderdanen op zich niet verhindert. Wat de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling betreft, met name zijn bekering, oordeelt het Hof dat christelijke bekeerlingen hoe dan ook slechts een reëel risico bij terugkeer naar Iran zouden lopen indien zij hun geloof op zodanige wijze tot uiting zouden brengen dat zij als een bedreiging voor de Iraanse autoriteiten zouden worden beschouwd. Dit vereiste een bepaalde mate van publieke blootstelling, wat niet het geval is voor de vreemdeling, die gewoon lid was van een christelijke gemeenschap. In het onderhavige geval is er persoonlijk onderzoek gedaan naar de bekering van de vreemdeling door Zwitserland. Het Hof ziet geen redenen om te oordelen dat de beoordeling van Zwitserland ontoereikend was. Daarom levert de uitzetting van de vreemdeling naar Iran geen schending van de artikelen 2 en 3 EVRM op.

EHRM 60342/16, A. t. Zwitserland, 19.12.17
http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-179573

EHRM vragen aan NL: risico vrouwenbesnijdenis Guinee

De zaak (gevoegd met 4 andere zaken) betreft Guinese vrouwen die vrezen bij terugkeer dat hun minderjarige dochters (en zijzelf) blootgesteld worden aan besnijdenis.

QUESTIONS TO THE PARTIES

1. In the light of the applicants’ claims and the documents which have been submitted as well as information from public sources concerning the FGM prevalence in Guinea and the extent to which the Guinean authorities are able and willing to provide effective protection in this respect, would their daughters face a risk of being subjected to treatment in breach of Article 3 of the Convention if their expulsion were enforced?

2. ..., would the applicants in nos. 66238/16 and 37153/17 (themselves) face a risk of being subjected to treatment in breach of Article 3 of the Convention if their expulsion were enforced?

EHRM, application no. 61452/15, Soumah v The Netherlands, 15.12.17
http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-179963

Pagina's