Nieuws

SvJ&V: resultaten LVV

SvJ&V: aantallen LVV

Er zijn vanaf de start van de LVV-pilot op 1 april 2019 tot en met 31 januari 2024 in totaal 2.730 vreemdelingen toegelaten tot de LVV. De bezetting van de LVV is gedaald tot ongeveer 60% van de beschikbare capaciteit.

Van alle vreemdelingen die vanaf het begin van de pilot tot en met januari 2024 uit de LVV zijn uitgestroomd met een (semi-)bestendige oplossing, betrof dit bij 83% duurzaam verblijf en 17% duurzaam vertrek. De overige vreemdelingen vertrekken uit de LVV met name vanwege redenen als vertrek met onbekende bestemming of beëindiging van de LVV.


SvJ&V: uitstroom uit LVV sinds 1 april 2019

staat van migratie 2024, 14.6.24
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/14/tk-staat-van-migratie-2024

SvJ&V: aantallen terugkeer DT&V

staat van migratie 2024, 14.6.24
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/14/tk-staat-van-migratie-2024

Rb: terecht gecontroleerd bij lopen door rood

In het proces-verbaal staat dat de verbalisanten, belast met toezicht en handhaving in de openbare ruimte, zagen dat eiser een rood verkeerslicht negeerde. Eiser is op grond van deze bevindingen staande gehouden ter zake van artikel 68 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990. Eiser kon vervolgens geen identiteitsbewijs overhandigen waarna hij op grond van 447e van het Wetboek van Strafrecht is aangehouden.

De niet-onderbouwde stelling dat in een stad als Amsterdam nagenoeg alle fietsers en zelfs auto’s onbestraft verkeerslichten negeren, maar dat eiser als voetganger wel is aangehouden voor deze overtreding, maakt niet dat sprake is van discriminatoire aanhouding.

Rb Middelburg NL24.21885, 3.6.24
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8598

SvJ&V: aantallen status buitenschuld

staat van migratie 2024, 14.6.24
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/14/tk-staat-van-migratie-2024

SvJ&V: aantallen status art-64 hoofdpersoon

staat van migratie 2024, 14.6.24
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/14/tk-staat-van-migratie-2024

Rb: niet in staat psychische zorg te regelen in Guinee

Eiser heeft psychische klachten die worden verklaard vanuit een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De klachten leidden eerder tot een psychotische decompensatie die aanleiding gaf tot een inbewaringstelling. Thans staan met name herbelevingen en paniekklachten vanuit de PTSS op de voorgrond. Verder zijn er akoestische hallucinaties waarbij eiser stemmen hoort zichzelf of anderen iets aan te doen. Eiser krijgt sinds enige tijd behandeling vanuit de [instelling 1] . Eiser wordt wekelijks gezien door het Vroege Interventie Psychose team (VIP). De gemiddelde behandelduur bij het VIP team is twee tot drie jaar. Als eiser niet wordt behandeld dan zullen de angst gerelateerde klachten toenemen en mogelijk zal er opnieuw een psychotische decompensatie ontstaan. Bij het uitblijven van de genoemde behandeling verwacht het BMA een medische noodsituatie op korte termijn, want er is eerder een psychotische decompensatie geweest die aanleiding heeft gegeven tot een inbewaringstelling. Het BMA acht als reisvoorwaarden aanbevolen dat eiser tijdens de reis wordt begeleid door een psychiatrisch verpleegkundige, dat eiser een schriftelijke overdracht van de medische gegevens meeneemt en om de medicatie te continueren tijdens de reis medicatie mee te nemen om de periode van de reis te overbruggen. Ten slotte heeft het BMA de vraag of behandeling van de klachten van eiser in Guinee aanwezig is positief beantwoord. .....

De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke medische behandeling in Guinee niet beschikbaar is. .....

De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke medische behandeling voor hem niet toegankelijk is vanwege de kosten daarvan. ....

De volgende vraag is echter of eiser de noodzakelijke medische zorg ook zal ontvangen. Hierbij is van belang dat uit de door eiser overgelegde informatie van zijn behandelaars blijkt dat eiser bij toename van angst zich terugtrekt, waardoor professionele hulpverlening actief bij eiser langs moet gaan om een terugval in psychose te voorkomen. Uit de verklaring van eisers behandelaar in 2021 blijkt dat een uitzetting naar Guinee een dusdanig grote stressor zou kunnen zijn dat hij volledig ontregeld raakt. Volgens de behandelaar zullen bij een toename van stress en angst de klachten van eiser (zowel psychotische als PTSS-klachten) direct toenemen. Hierdoor is terugtrekgedrag in Guinee als gevolg van eisers psychiatrische problematiek reëel te achten. Wanneer de hulpverlening in Guinee nog niet is opgestart, zal de professionele hulpverlening aldaar niet weten dat ze eiser actief moeten benaderen. Hierdoor bestaat er een reëel risico op psychose en daarmee op een medische noodsituatie.

Uit het arrest X van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) volgt dat verweerder verplicht is zich ervan te vergewissen dat een vreemdeling, wanneer zijn gezondheidstoestand dat vereist, niet alleen tijdens de verwijdering zelf zorg ontvangt, maar ook daarna in het land van bestemming. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met zijn verwijzing naar de reisvoorwaarden – psychiatrische begeleiding, medicatie en schriftelijke overdracht – zich er onvoldoende van vergewist dat eiser ook in Guinee de benodigde zorg zal ontvangen, nu deze voorwaarden niet tevens een fysieke overdracht behelst. Die fysieke overdracht is nu juist cruciaal.

De beroepsgrond van eiser slaagt.
Rb Amsterdam NL23.3039 en NL23.3040, 23.1.24
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:9061

RvS: verhoogd risico na EMDR, nieuw BMA advies nodig

De vreemdeling heeft de Guineese nationaliteit. Hij heeft gevraagd zijn uitzetting op te schorten vanwege zijn gezondheidstoestand. De staatssecretaris heeft zich gebaseerd op het advies van het BMA van 3 november 2023, waaruit volgt dat bij uitblijven van medische behandeling naar verwachting geen medische noodsituatie ontstaat. In het BMA-advies is onder meer gewezen op de in oktober 2023 gestarte traumabehandeling in de vorm van EMDR. Volgens het BMA zullen de psychische klachten bij uitblijven van de behandeling toenemen, maar valt een medische noodsituatie niet te verwachten. Daarbij heeft het BMA betrokken dat wel sprake is geweest van suïcidale uitingen, maar niet van suïcidaal handelen of gedrag.

Uit de brieven van de behandelaars van 20 november 2023 en 30 januari 2024 volgt dat met de in oktober 2023 gestarte EMDR-behandeling verschillende complexe trauma’s zijn blootgelegd waardoor een toename van PTSS- en rouwklachten wordt ervaren. Het risico bestaat op secundaire traumatisatie en verdere verslechtering van de lichamelijke en psychische gezondheid. Daarmee ontstaat volgens de psycholoog een verhoogd risico op suïcide.

Op grond hiervan is de Afdeling van oordeel dat zonder een nader medisch advies niet inzichtelijk is hoe de conclusie van het BMA dat bij uitblijven van de behandeling geen medische noodsituatie valt te verwachten, gebaseerd op de situatie aan het begin van de EMDR-behandeling, zich verhoudt tot wat in de brief en de e-mail staat over het verloop van die behandeling. De rechtbank heeft daarom niet onderkend dat het aan de staatssecretaris was om in het kader van zijn vergewis- en motiveringsplicht het BMA te verzoeken naar aanleiding van de recente informatie een nader advies te geven en dat in zijn beoordeling te verwerken.

Het hoger beroep tegen Rb Utrecht NL24.2952, 21.3.24 is gegrond.
RvS 202402403/1/V3, 31.5.24
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:2253

SvJ&V: aantallen Chavez-vergunning

De toename van de aantallen is te verklaren doordat meer vernieuwingsaanvragenzijn ingediend en afgehandeld. Het arrest Chavez-Vilchez dateert van 2017, hetgeen betekent dat de vergunningshouders vanaf 2022 aanvragen indienen voor de vernieuwing van hun verblijfsdocumenten.

staat van migratie 2024, 14.6.24
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/14/tk-staat-van-migratie-2024

Rb: risico familiegeweld transman en bivrouw Turkije

De vreemdelingen hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat een van hen een transgender man is en de andere een biseksuele vrouw. Zij stellen dat zij door hun genderidentiteit en seksualiteit in Turkije problemen hebben ondervonden. De staatssecretaris heeft de verklaringen geloofwaardig geacht, maar stelt dat zij niet kunnen worden aangemerkt als vluchteling en niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij reëel risico lopen op ernstige schade.
De rechtbank oordeelt als volgt. De staatssecretaris heeft het geloofwaardig geacht dat de vrouwelijke vreemdeling slachtoffer is geweest van gevangenhouding, herhaaldelijk fysiek en mentaal geweld door haar familie. Haar partner is ook herhaaldelijk bedreigd en opgezocht. De staatssecretaris heeft het bewijsvermoeden ten onrechte niet betrokken bij de beoordeling in hoeverre de vreemdelingen bij terugkeer voor ernstige schade van de familie van de vrouwelijke vreemdeling hebben te vrezen.

Voorts is er, gelet op de geloofwaardig geachte elementen, sprake van vervolging door een niet-statelijke actor voorafgaand aan het vertrek uit Turkije. In beginsel moet worden aangenomen dat zulk gevaar bij terugkeer bestaat. Er komen geen omstandigheden voor bij de vreemdelingen dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.

De vreemdelingen hebben los van de juridische weg ook op andere manieren om bescherming gezocht, die tot weinig resultaat hebben geleid. De beschermingsmaatregel die de vreemdelingen hebben getroffen in het verleden is voor hen geen begaanbare weg. Het inroepen hiervan is kostbaar terwijl de vreemdelingen niet beschikken over de benodigde financiële middelen, en het leidt immers ook tot een negatieve reactie van de familie waarbij mogelijk steeds meer familieleden in het geschil zullen mengen. De vrees voor de familie van de vrouwelijke vreemdeling bij terugkeer is aannemelijk en zij lopen bij terugkeer dus reëel risico op ernstige schade. er is voor de vreemdelingen geen reële mogelijkheid om in Turkije duurzaam en effectief bescherming te krijgen van de autoriteiten.

Beroep gegrond.
Rb Zwolle, NL23.35597 en NL23.35599, 11.6.24

RvS: beschermingsalternatief Mogadishu ondanks maar 4 dagen daar verbleven

De vreemdeling betoogt dat hij maar vier dagen in Mogadishu heeft verbleven in afwachting van zijn vlucht, dat zijn ouders hem niet kunnen opvangen en dat Al-Shabaab ook in Mogadishu veel macht heeft.

Een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM doet zich in algemene zin niet voor bij vestiging in Mogadishu. Verder heeft de staatssecretaris de vreemdeling mogen tegenwerpen dat hij eerder, zij het kort, in Mogadishu heeft verbleven. Daarnaast is de vreemdeling in Mogadishu niet geheel op zichzelf aangewezen. Er is sprake van een sociaal vangnet waar hij, ook financieel, op kan terugvallen. Zijn vader verwerft namelijk inkomsten uit de verhuur van een vissersboot. Gelet hierop wordt in dit geval ook voldaan aan de overige vereisten voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Mogadishu op individuele gronden een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM.

RvS 202204649/1/V2, 3.6.24
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:2267

Pagina's