bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
Volgens de Procedureverordening worden de gevolgen van een terugkeerbesluit automatisch geschorst zolang een verzoeker het recht of de toestemming heeft om te blijven. Een verzoeker wiens asielaanvraag is afgewezen heeft het recht op het grondgebied van de lidstaten te blijven tot de beroepstermijn verstrijkt en, als hij op tijd beroep heeft ingesteld, in afwachting van de uitkomst van het beroep. Dit is de hoofdregel.
Op deze hoofdregel zijn een aantal uitzonderingen. Eén daarvan is dat een verzoeker geen recht heeft om te blijven als de beslissingsautoriteit de aanvraag heeft afgewezen als ongegrond of kennelijk ongegrond in de versnelde behandelingsprocedure. De gevolgen van het terugkeerbesluit worden in die situatie niet automatisch geschorst.
Terwijl de beroepstermijn en de termijn voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening loopt, mag de verzoeker niet uit Nederland worden verwijderd. Dit gegeven brengt, anders dan de rechtbank heeft overwogen, echter niet met zich dat hij het recht heeft om op het grondgebied van de lidstaten te blijven. De vreemdeling mag weliswaar niet worden verwijderd, en het beginsel van non-refoulement geldt onverminderd, maar hij heeft ook geen rechtmatig verblijf. ….
In bewaringszaken zoals de voorliggende zaak, is deze vraag van belang, omdat dit bepalend is voor de vraag wat de juiste bewaringsgrondslag is. Deze uitleg van de Procedureverordening kan ook buiten het bewaringsrecht gevolgen hebben. Potentieel wordt een grote groep verzoekers geraakt, aangezien de versnelde procedure in veel situaties wordt toegepast. Dit neemt echter niet weg dat de Uniewetgever, zoals hiervoor overwogen, er uitdrukkelijk voor gekozen heeft om in bepaalde situaties en onder de voorwaarden zoals hiervoor besproken geen rechtmatig verblijf toe te kennen….
De grief slaagt.
Het hoger beroep tegen Rb den Bosch NL26.39758, 24.7.26 is gegrond.
RvS BRS.26.003921, 3.9.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5134
Eiser is staande gehouden ‘op grond van artikel 50, eerste lid, Vw werd de inzage gevorderd van diens identiteitsdocument op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf…’
De rechtbank is van oordeel dat het proces-verbaal onvoldoende inzichtelijk maakt of het verzoek aan eiser om een legitimatiebewijs te tonen is gedaan in het kader van de uitoefening van de politietaak of een andere niet-vreemdelingenrechtelijke bevoegdheid, dan wel dat in feite sprake is geweest van een controle in het kader van het vreemdelingentoezicht. ….. Uit het proces-verbaal van staandehouding blijkt op geen enkele manier waarop het redelijk vermoeden van illegaal verblijf voorafgaand aan de staandehouding zou kunnen zijn gebaseerd. Eiser is daarom niet rechtmatig staande gehouden.
Beroep gegrond, vrijlating.
Rb den Haag NL26.46290, 24.8.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24369
De rechtbank stelt allereerst vast dat eiseres haar kinderen daadwerkelijk verzorgt. De rechtbank is verder van oordeel dat dat eiseres niet aan het middelenvereiste voldoet. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat het inkomen uit arbeid niet boven het normbedrag is vastgesteld. Daarbij doet eiseres een aanhoudend beroep op de bijstand. De rechtbank overweegt verder dat eiseres geen concrete, bijzondere, persoonlijke of individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit strijd met de evenredigheid zou volgen.
Uit rechtsoverweging 47 van het arrest Zhu en Chen volgt het volgende: “… de minderjarige van jonge leeftijd die onderdaan is van een lidstaat, die is gedekt door een passende ziektekosten-verzekering en ten laste komt van een ouder, die zelf onderdaan is van een derde staat en wiens bestaansmiddelen toereikend zijn om te voorkomen dat genoemde minderjarige ten laste komt van de overheidsfinanciën van de lidstaat van ontvangst , een recht verlenen om voor onbepaalde tijd op het grondgebied van deze laatste staat te verblijven. In dat geval geven deze zelfde bepalingen de ouder die daadwerkelijk voor die onderdaan zorgt het recht, met deze laatste in de lidstaat van ontvangst te verblijven.”
Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het niet uitmaakt of eiseres een redelijk of onredelijk beroep op bijstand doet. Het enkele feit dat eiseres een beroep op bijstand doet, maakt dat zij niet aan de voorwaarden voldoet. Het door eiseres ter zitting naar voren gebrachte standpunt dat de minister aan een lager percentage van de bijstandsnorm had moeten toetsen, kan reeds daarom onbesproken blijven.
Rb Zwolle vk_25_13273, 1.9.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25174
Eiseres heeft in 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij haar partner (referent). Deze aanvraag is ingewilligd op 2 januari 2024. Uit de stelbrief van de gemachtigde van eiseres is gebleken dat de relatie tussen eiseres en referent is beëindigd per 12 januari 2024. Ook is uit de Basisregistratie Persoonsgegevens gebleken dat zij vanaf 18 januari 2024 niet langer samenwonen. In de door verweerder verzochten zienswijze heeft eiseres aangegeven dat zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld en dat de relatie als gevolg daarvan is verbroken. ….
Op grond van de Verblijfsrichtlijn kan een vreemdeling die tijdens de relatie slachtoffer is geworden van huiselijk geweld recht hebben op voortzetting van het verblijf onder het gemeenschapsrecht. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij of zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. …
Eiseres heeft aangegeven dat zij op 12 januari 2024 is mishandeld door haar ex-partner, maar ook dat de onveilige situatie die haar partner creëerde al veel langer duurde. Ter onderbouwing daarvan heeft eiseres, naast de aangifte bij de politie van het incident op 12 januari 2024, een verklaring van haar psycholoog en een verklaring van haar huisarts overgelegd. Ook heeft zij chatberichten met Veilig Thuis overgelegd en verschillende verklaringen van andere hulporganisaties….
De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte te veel waarde heeft gehecht aan de conclusie van de politie over het gestelde huiselijk geweld en onvoldoende alle stukken in onderlinge samenhang beoordeeld. Alles in samenhang beoordelend heeft eiseres, naar het oordeel van de rechtbank en ongeacht de conclusie van de politie over het incident van 12 januari 2024, wel aannemelijk gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. …
De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Dit betekent dat het verblijfsrecht van eiseres als gemeenschapsonderdaan niet is geëindigd, maar dat zij dat verblijfsrecht behoudt op grond van artikel 13, tweede lid, sub c van de Verblijfrichtlijn omdat aannemelijk is dat zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. De rechtbank draagt verweerder op aan eiseres een verblijfsdocument te verstrekken waaruit haar rechtmatig verblijf blijkt.
Rb Amsterdam NL25.18917 NL25.18918, 31.8.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24977
De rechtbank stelt voorop dat uit het AAB niet blijkt dat de controle van Al-Shabaab duidelijk beperkt is tot een specifiek geografisch gebied. Zoals eerder gesteld blijkt uit het AAB dat ook in de door de federale regering gecontroleerde gebieden, Al-Shabaab nog een vorm van controle had. Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet dat eiser veilig kan reizen naar Mogadishu. Niet is uitgesloten dat Al-Shabaab zelfs rondom het vliegveld van Mogadishu controle uitoefent. Verweerders stelling dat Mogadishu onder federale controle staat, volgt de rechtbank daarom niet….
Het beroep is gegrond.
Rb Haarlem NL26.28670, 18.8.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26074
De rechtbank is van oordeel dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres de bescherming van de Ugandese autoriteiten kan inroepen. Eiseres heeft diverse malen de hulp ingeschakeld van de autoriteiten, maar ondanks dat haar ex-man wel meerdere malen is aangehouden is hij steeds weer vrijgelaten zonder dat er gevolgen voor hem aan verbonden waren. Ook heeft hij eiseres opnieuw belaagd.
Eiseres heeft in beroep verwezen naar recente en relevante landeninformatie, die het standpunt van de minister over effectieve bescherming weerlegt. De minister heeft deze informatie niet kenbaar betrokken in de beoordeling en ook niet inhoudelijk weerlegd. De minister heeft op de zitting enkel gesteld dat hij meer waarde hecht aan de landeninformatie die hij heeft ontvangen van TOELT. De rechtbank volgt deze stelling niet. De landeninformatie van de minister is immers alleen afkomstig van de Ugandese overheid, terwijl ook informatie uit andere objectieve bronnen beschikbaar is. Verweerder had dan ook moeten reageren op de door eiseres aangedragen recente en relevante landeninformatie, dan wel deze moeten betrekken bij een nadere motivering van het bestreden besluit.
De beroepsgrond slaagt.
Rb Amsterdam NL26.13500, 28.8.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24843
Uit de beschikbare landeninformatie blijkt dat vrouwen in Kameroen in de praktijk ernstige belemmeringen kunnen ondervinden bij het verkrijgen van bescherming van de autoriteiten. … De rechtbank betrekt daarbij dat eiseres haar voormalige man en diens familie vreest en dat een aantal van deze familieleden, zoals hiervoor is overwogen, invloedrijke posities bekleedt. Gelet hierop is niet gebleken dat eiseres tegen de door haar gevreesde ernstige schade daadwerkelijk effectieve bescherming kan verkrijgen.
Verder beoordeelt de rechtbank of voor eiseres elders in Kameroen een binnenlands beschermingsalternatief beschikbaar is, bijvoorbeeld Yaoundé en Bafoussam…. Uit landeninformatie volgt dat het voor alleenstaande vrouwen zonder mannelijke ondersteuning mogelijk is om zelfstandig in Yaoundé te wonen, mits zij over de daarvoor noodzakelijke middelen beschikken. Daarbij wordt melding gemaakt van belemmeringen bij het verkrijgen van huisvesting en van vrouwen zonder financieel of sociaal netwerk die, vanwege het ontbreken van bestaansmiddelen, in een bijzonder kwetsbare positie terechtkomen. Gelet op deze landeninformatie, in samenhang bezien met de omstandigheid dat eiseres alleenstaand is, de zorg draagt voor een jong kind, niet eerder zelfstandig heeft geleefd en niet langer beschikt over het netwerk waarvan zij destijds afhankelijk was, is de rechtbank van oordeel dat niet redelijkerwijs van haar kan worden verwacht dat zij zich met haar kind zelfstandig in Yaoundé of Bafoussam vestigt. Deze steden kunnen daarom niet als binnenlands beschermingsalternatief worden aangemerkt.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres behoefte heeft aan subsidiaire bescherming.
Rb Zwolle NL25.51424, 3.9.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25594
De minister betwist niet dat de kinderen van eiseres illegaal het land hebben verlaten, dat haar man is opgepakt en dat haar landbouwgrond in beslag is genomen. De minister stelt dat het causale verband met het illegaal uitreizen van [naam] en/of de andere kinderen van eiseres niet aannemelijk is geworden. De rechtbank kan de onderbouwing door de minister hierin niet volgen. … De minister heeft op de zitting de vraag gesteld waarom eiseres en haar man niet eerder in de problemen zijn gekomen, aangezien hun andere kinderen al eerder waren uitgereisd. Eiseres heeft daarop toegelicht dat het verschil is dat [naam] al een oproep had gekregen voor de militaire dienst, terwijl haar andere kinderen al waren uitgereisd voordat zij een oproep hadden gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deze uitleg ten onrechte niet kenbaar in de afweging betrokken.
Uit het Algemeen ambtsbericht blijkt dat familieleden van dienstplichtontduikers te maken kregen met maatregelen als detentie en inbeslagname van oogst of bezittingen. Dit gebeurde ook bij familieleden van dienstplichtontduikers van wie duidelijk was dat zij inmiddels het land hadden verlaten, waarbij het dan meer dient als drukmiddel dan als strafmaatregel. Uit het rapport van Human Rights Watch volgt dat de repressie zich juist ook uitstrekt tot oudere ouders. …
Gelet op het voorgaande is niet inzichtelijk waarom de minister het causale verband tussen de uitreis van de kinderen van eiseres en de arrestatie van haar man en de inbeslagname van haar grond niet aannemelijk acht.
Rb Utrecht NL26.18878, 2.7.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26403
De rechtbank kan de minister volgen in het standpunt dat eiser geen prominent politiek activist is. Dit betekent echter niet dat van eiser verwacht mag worden dat hij bij terugkeer naar China zijn politieke mening niet zal uiten. De minister heeft namelijk te veel gewicht toegekend aan het feit dat eiser zich in China beperkt heeft geuit en daarbij niet alle individuele omstandigheden van eiser en de relevante landeninformatie betrokken. Eiser heeft namelijk aangegeven dat hij zich juist wel op social media zou willen uiten over zijn politieke mening en op straat zou willen protesteren, maar dit in China niet mogelijk is. Eiser heeft ook aan den lijve ondervonden wat er gebeurt als hij zich uitspreekt tegen de Chinese autoriteiten. …
Verder heeft de minister in het bestreden besluit ten onrechte niet beoordeeld of eiser als familielid van een dissident veilig terug kan keren naar China. Zo heeft de minister niet in de besluitvorming betrokken dat de vader van eiser problemen in China heeft gehad door zijn politieke mening te uiten en hierom een asielvergunning in Nederland heeft gekregen. Daarnaast heeft de minister niet betrokken dat uit het ambtsbericht blijkt dat de Chinese overheid mensen ook in het buitenland in de gaten houdt. Nu eiser zich in Nederland op X heeft geuit en zijn vader zich in Nederland ook open is blijven uiten tegen de Chinese overheid, heeft de minister ten onrechte niet betrokken waarom dit er niet toe zou leiden dat eiser nog meer op de radar komt te staan van de Chinese overheid.
De beroepsgrond slaagt.
Rb Amsterdam NL26.40268 NL26.40269, 31.8.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24969
De rechtbank sluit zich aan bij de volgende overwegingen in de uitspraak van rechtbank Haarlem, van 11 juni 2026 en maakt deze tot de hare: “De rechtbank overweegt dat het Hof in het arrest Multan heeft verduidelijkt dat “informatie in het dossier van de verzoeker op grond waarvan een beslissing is of zal worden genomen”, betrekking heeft op alle informatie die relevant kan zijn voor de beslissing. Het enkele feit dat het in de zaak Multan ging om een individueel ambtsbericht, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat dit arrest slechts ziet op dergelijke stukken. Bovendien heeft verweerder onvoldoende toegelicht waarom het arrest Multan enkel hierop betrekking zou hebben….
Er moet dus worden gewaarborgd dat eiser in de besluitvormingsfase de mogelijkheid moet krijgen om zijn verdedigingsrechten uit te oefenen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er op dit moment in het Nederlandse vreemdelingenrecht geen toereikende procedure waarin dit wordt gewaarborgd.”
Met de invoering van het Asiel- en Migratiepact is de Procedureverordening in werking getreden. Artikel 18 van deze verordening voorziet in een procedure als hierboven bedoeld. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister meegedeeld dat voorzover haar bekend er nog geen procedure is in de zin van deze bepaling.
De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de minister dat eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd aan de aanvraag niet in stand kan blijven omdat de minister niet heeft gewaarborgd dat eiseres haar verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen ten aanzien van het onderzoek door Bureau Documenten naar de authenticiteit van de door haar ingebrachte documenten. Gelet hierop is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Het beroep is gegrond.
Rb Amsterdam NL26.15595 + NL26.15596, 28.8.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24895