bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
De rechtbank stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat eiser in Nederland actief is voor de IPOB, dat hij contributie betaalt en dat hij met enige regelmaat aanwezig is bij activiteiten van IPOB. …
De rechtbank is van oordeel dat de minister de vrees voor vervolging bij terugkeer voor eiser vanwege zijn politieke overtuiging terecht niet aannemelijk heeft geacht. Eiser heeft niet onderbouwd dat specifiek hij, vanwege zijn aanwezigheid bij IPOB bijeenkomsten in Nederland en voortzetting daarvan bij terugkeer, in de negatieve belangstelling staat of komt te staan bij de Nigeriaanse autoriteiten. De enkele stelling dat eiser vooraan staat en opvalt vanwege zijn postuur, maakt dit niet anders. Niet is onderbouwd dat de Nigeriaanse autoriteiten op de hoogte zijn van eisers aanwezigheid bij IPOB bijeenkomsten in Nederland.
De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Rb Groningen NL26.5539, 12.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15881
De vreemdeling legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij … na het overlijden van haar moeder zou zijn gedwongen toe te treden tot een geheim genootschap waarvan haar moeder deel uitmaakte. Zij vreest voor de initiatie en de daarbij behorende rituelen. …
De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen over de gedwongen initiatie geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, omdat de vreemdeling onvoldoende kan vertellen over de rol van haar moeder binnen het genootschap. Het is ten eerste onvoldoende gemotiveerd waarom niet blijkt dat de moeder van de vreemdeling vanwege een afgelegde eed geen informatie over het genootschap met haar dochter mocht delen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom van de vreemdeling kon worden verwacht dat zij meer wist over de rol van haar moeder, terwijl zij verklaarde pas tijdens de begrafenis van haar moeder te hebben vernomen dat zij haar moest opvolgen. Evenmin is inzichtelijk gemaakt waarom de sterke band tussen moeder en dochter voldoende zou zijn geweest om het geheim te delen.
Beroep gegrond.
Rb Arnhem NL25.1148, 4.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15041
Appellant heeft in zijn zienswijze en in beroep twee concrete gevallen genoemd van andere leden van ‘Tales of a Revolution’, die volgens appellant dezelfde politieke activiteiten hebben verricht als hij, en die wel een asielvergunning hebben gekregen. Het was onder deze omstandigheden aan de minister om te motiveren dat geen sprake is van gelijke gevallen. De minister kon daarom niet volstaan met de motivering dat hij elke aanvraag op zijn eigen merites beoordeelt.
De grief slaagt. Het hoger beroep tegen Rb Utrecht NL25.19601, 12.9.25 is gegrond.
RvS 202505249/1/V2, 15.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3435
De rechtbank stelt vast dat uit het algemeen ambtsbericht van 2024 volgt dat de situatie voor Tigreeërs in de verslagperiode is verbeterd en dat zij minder in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan. …. De rechtbank is echter van oordeel dat de verwijzing naar het algemeen ambtsbericht onvoldoende is voor het standpunt van verweerder dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eiser niet opnieuw te maken zal krijgen met vervolging of ernstige schade. De rapporten waar eiser in beroep naar verwijst geven namelijk een ander beeld van de situatie van Tigreeërs in Tigray en zijn van latere datum dan het algemeen ambtsbericht. Zo wijst eiser op het World Report 2026 van Human Rights Watch waarin wordt vermeld dat interne spanningen en hernieuwde conflicten langs regionale grenzen de instabiliteit in Tigray hebben vergroot: “In Tigray, Eritrean troops committed rape and sexual violence against women in occupied areas. Despite the 2022 cessation of hostilities agreement, Tigrayans continued to be forcibly displaced from Western Tigray. Tensions between rival political factions led to clashes between Tigrayan forces in southern Tigray and along the border with Afar region, causing displacement.”
Het standpunt van verweerder ter zitting dat er sinds de inval in May Kadra vijf jaren zijn verstreken, dat er in May Kadra en in de provincie Tigray geen incidenten hebben plaatsgevonden en dat de huidige spanningen in die provincie niet voldoende, volgt de rechtbank niet. Gelet op de informatie waar eiser op wijst, kan verweerder niet worden gevolgd in het standpunt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. Er is daarom sprake van een motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt.
Rb Haarlem NL26.9489, 26.5.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15501
De rechtbank overweegt dat eiser heeft verklaard dat El Negro hem na zijn terugkeer in Colombia vanuit Chili weer heeft weten te traceren waarop eiser opnieuw gedwongen is om deel te nemen aan criminele activiteiten én dat eiser daarna seksueel misbruikt is door El Negro. De rechtbank stelt vast dat de minister deze verklaringen niet kenbaar in de besluitvorming heeft meegewogen. De tegenwerping van de minister dat eiser na zijn terugkeer nog een jaar lang ‘veilig’ in Colombia heeft kunnen verblijven, kan daarom geen stand houden….
De rechtbank is van oordeel dat de minister de tegenwerping van het binnenlands beschermingsalternatief onvoldoende heeft gemotiveerd. Zoals hiervoor is overwogen heeft de minister zich niet zonder nadere motivering op het standpunt kunnen stellen dat eiser enkel vreest voor één persoon én dat eiser na zijn terugkeer zonder problemen in een discotheek heeft kunnen werken en nog één jaar veilig in Colombia heeft kunnen verblijven. Voor zover de minister heeft gesteld dat de moeder en zus van eiser inmiddels een veilig onderkomen in Medellín hebben gevonden en dat dit ook voor eiser mogelijk zou zijn volgt de rechtbank de minister hierin niet. Daartoe overweegt de rechtbank dat het ambtsbericht vermeldt dat relocatie in veel gevallen slechts tijdelijke rust biedt en dat zwaardere illegale gewapende organisaties zich blijven inspannen om personen op te sporen die zij als tegenstanders beschouwen. Eiser heeft ter zitting verklaard dat zijn moeder en zus onder de radar moeten leven en zich niet kunnen registreren in de vrees te worden getraceerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit ook op dit punt niet deugdelijk is gemotiveerd.
Rb Zwolle NL25.32568, 9.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15584
Tijdens het nader gehoor heeft eiser verklaard dat zijn eerste seksuele ervaring met de directeur van zijn school was toen hij ongeveer 14 jaar oud was, met andere woorden dat de eerste keer dat hij in aanraking kwam met zijn homoseksualiteit een vorm van seksueel misbruik betreft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister hier tijdens het nader gehoor en in de besluitvorming onvoldoende rekening mee gehouden. De minister heeft niet gemotiveerd hoe rekening is gehouden met de omstandigheid dat eiser mogelijk op jonge leeftijd slachtoffer is geworden van seksueel misbruik.
Daar komt bij dat de minister eiser heeft tegengeworpen dat hij in het nader gehoor heeft verklaard dat hij zijn eerste seksuele ervaring destijds als “normaal” ervoer. Juist bij iemand met gediagnosticeerde psychische problematiek en een traumatische achtergrond is extra zorgvuldigheid geboden als iemand een dergelijke niet bij de beschreven situatie passende uitlating doet. Dit geldt temeer wanneer, zoals in dit geval, eiser tijdens het nader gehoor op momenten getuigde van een staat van verhoogde agitatie. De minister miskent met het standpunt over de tekortschietende diepgang en authenticiteit van zijn verklaringen op dit punt bovendien het risico van secundaire victimisatie dat met dat standpunt gepaard gaat. Bij een vreemdeling met psychische problematiek van deze aard had de minister terughoudendheid moeten betrachten bij het voortzetten van het gehoor en bij de conclusies die daaraan worden verbonden.
Rb Amsterdam NL25.49199, 11.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16022
In deze werkinstructie wordt de procedure en werkwijze bij opvolgende aanvragen om internationale bescherming toegelicht. Een opvolgende aanvraag is elke aanvraag om internationale bescherming die wordt ingediend nadat een eerdere aanvraag bij een definitief besluit is afgewezen, dan wel nadat een eerder verleende internationale beschermingsstatus is ingetrokken of niet verlengd. Het maakt hierbij niet uit of de aanvraag in Nederland of in een andere lidstaat is afgewezen of een eerdere status is ingetrokken.
De vreemdeling vreest bij terugkeer gearresteerd te worden, omdat hij aanwezig zou zijn geweest bij demonstraties. De minister acht dit ongeloofwaardig.
Over het document dat de strafrechtelijke vervolging aannemelijk zou maken oordeelde Bureau Documenten dat het hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Met verwijzing naar het arrest Multan stelt de vreemdeling dat de minister de onderliggende stukken van het rapport van BD ook aan hem zou moeten toekomen.
De rechtbank overweegt als volgt. In het arrest Multan heeft het Hof verduidelijkt dat “informatie in het dossier van de verzoeker op grond waarvan een beslissing is of zal worden genomen”, betrekking heeft op alle informatie die relevant kan zijn voor de beslissing. Het enkele feit dat het in de zaak Multan ging om een individueel ambtsbericht, maakt niet dat dit arrest slechts ziet op dergelijke stukken. Bovendien heeft de minister onvoldoende toegelicht waarom het arrest Multan enkel hierop betrekking zou hebben. De minister heeft op geen enkele wijze gewaarborgd dat eiser zijn verdedigingsrechten kan uit oefenen tijdens de besluitvormingsfase. Het besluit is alleen daardoor al onzorgvuldig voorbereid.
Beroep gegrond.
Rb Haarlem, NL25.62245, 11.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16241
Dr. [naam] schrijft dat eiser in Jemen gevaar loopt omdat hij de positie van shakhsiya ijtimaiya inneemt. De minister heeft niet ongeloofwaardig geacht dat eiser inderdaad deze positie bekleedde. Wel heeft de minister aangegeven dat eisers standpunt dat hij vanwege deze positie van grote interesse is voor de Houthi’s niet wordt gevolgd.
Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister aangegeven dat hij in de verklaring van dr. [naam] verwijzingen naar landeninformatie mist. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van de minister niet de deskundigheid van dr. [naam] betwist maar documentatie die haar standpunt onderbouwd mist. Nu niet getwijfeld wordt aan de deskundigheid van dr. [naam] en zij bovendien in haar brief heeft aangeven dat zij bereid is een toelichting te geven, kan aan haar verklaring naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer voorbij worden gegaan.
Rb Zwolle NL24.42480, 10.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15574
(uitgebreide beschrijving van het proces, met aan het eind: )
De advocatuur kan altijd inzage krijgen in het gebruikte openbare materiaal. Het informatiepakket dat door TOELT opgesteld wordt n.a.v. het OVA-proces, wordt grotendeels gedeeld met de advocaat. Aanvullend bestaat in de procedure de mogelijkheid om de advocaat mee te nemen naar het RIC zodat hij daar uitleg kan krijgen waarom de IND tot de conclusie is gekomen dat de herkomst niet geloofwaardig is. Er worden geen kopieën van de gebruikte kaarten of rapporten verstrekt aan de gemachtigde. Door onderzoeksmateriaal volledig openbaar te maken kan een beeld worden gevormd van de onderzoeksmethoden van de IND. Als de gevraagde informatie openbaar gemaakt zou worden, dan stelt dit vreemdelingen mogelijk in staat zich voor te bereiden op de vragen die door de IND gesteld worden in de asielprocedure. Het is dan voor de IND moeilijker de geloofwaardigheid van het asielrelaas, voor wat betreft de gestelde herkomst, met behulp van kaartmateriaal op juistheid te onderzoeken. Als gebruik is gemaakt van bijvoorbeeld een openbare bron als Google Maps, dan kan hier wel naar verwezen worden in het besluit.