Nieuws

Rb: Chavez-vergunning verlengen omdat NLs kind pas met 17 naar NL kwam

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de MvA&M aan de moeder van het NLse kind een Chavez verblijfsdocument afgegeven en bepaald dat het tot 22 oktober 2022 geldig is omdat referente dan achttien jaar oud wordt. Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de MvA&M de aanvraag van de moeder om vernieuwing van haar verblijfsdocument EU/EER afgewezen en vastgesteld dat het verblijfsrecht per 22 oktober 2022 is geëindigd.

De rb neemt in aanmerking dat referente vanaf haar geboorte altijd met eiseres in gezinsverband heeft samengewoond, vanaf 2004 tot 2021 in Nigeria en daarna in Nederland. Op het moment van aankomst in Nederland was referente zeventien jaar oud. Zij sprak de taal nog niet goed en zij is een opleiding gaan volgen waarbij eiseres haar in alles, zowel mentaal als financieel, heeft bijgestaan…. De rb overweegt dat de overgang naar het volwassen worden in stappen gaat en dat een minderjarige bij het zetten van deze stappen in zijn algemeenheid begeleid wordt door zijn ouders, verzorgers en andere personen in het sociale netwerk. Aan de hand van de afgelegde verklaringen en overgelegde stukken stelt de rb vast dat referente stappen heeft gezet, maar dat zij nog volop in het proces zit van het volwassen worden. Door het verhuizen op zeventienjarige leeftijd naar Nederland heeft zij relatief kort tijd gehad om de stap te kunnen zetten naar het onafhankelijk van haar familieleden leiden van haar leven en in haar geval is het te kort gebleken. Op het moment dat het afgeleide verblijfsrecht van eiseres niet zou doorlopen na de achttiende verjaardag van referent, blijft referente alleen achter in Nederland terwijl zij eiseres nodig heeft bij het zetten van de noodzakelijke stappen naar volwassenheid. De rb acht het dan ook niet voorstelbaar dat indien eiseres terugkeert naar Nigeria referente zich in Nederland zelfstandig zou kunnen handhaven. 

Beroep gegrond.
Rb Amsterdam (mk), NL24.17703, NL24.17705, 31.3.26

Rb: belangenafweging vrijstelling mvv verblijf bij partner, 24jr in NL en partner ziek

De rechtbank overweegt dat in het bestreden besluit niet is vermeld dat eiseres op het moment van de beslissing op bezwaar al 24 jaar in Nederland verbleef. Dit element is niet kenbaar meegewogen in de belangenafweging. Alleen al om die reden komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking. Daar komt bij dat eiseres heeft gesteld dat zij zich nooit heeft onttrokken aan het toezicht van verweerder. Zij voert aan dat verweerder op de hoogte was van haar langdurige onrechtmatige verblijf maar nooit is overgegaan tot uitzetting. De rechtbank constateert dat dit wordt bevestigd door het bestreden besluit waarin staat dat verweerder aan eiseres in 2013 een terugkeerbesluit heeft opgelegd, maar dit nooit aan haar heeft uitgereikt. Verweerder dient dit alsnog in de belangenafweging te betrekken.

Verweerder dient ook de huidige medische situatie van referent te betrekken in de belangenafweging.

Beroep gegrond.
Rb Amsterdam 24/10632 en 24/10633, 9.4.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8209

IB 2026/7: Richtsnoeren MVV Iran en Midden-Oosten ivm actuele overmachtssituatie

Wanneer voor Iraniërs in het kader van een aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning in Nederland wordt voldaan aan alle inhoudelijke verblijfsvoorwaarden, behalve aan het MVV-vereiste, wordt tijdelijk vrijgesteld van het MVV-vereiste door toepassing van de hardheidsclausule. Deze zaken worden niet met voorrang afgehandeld, gelet op de mogelijkheid dat de situatie op korte termijn wijzigt.

Voor de overige landen in het Midden-Oosten is de werkwijze niet afwijkend van het reguliere beleid.
https://puc.overheid.nl/ind/doc/PUC_1406776_1/1/, 20.3.26

IB 2026/12 Middelenvereiste - eigen vermogen

In de beslispraktijk is behoefte aan verduidelijking van het middelenvereiste wanneer iemand eigen vermogen heeft. Als vuistregel kan ervan uit worden gegaan dat het eigen vermogen voldoende en duurzaam is, als men beschikt over een vermogen dat gelijk of groter is dan het normbedrag (per maand, inclusief vakantiegeld) vermenigvuldigd met 36 maanden (3 jaar). Daarmee toont de aanvrager aan dat er voldoende vermogen is om zich in de nabije toekomst van te onderhouden zolang hij of zij met de vergunning in Nederland woont, en dat er dus geen beroep op de algemene middelen hoeft te worden gedaan. Het eigen vermogen moet vrij opneembaar zijn.

https://puc.overheid.nl/ind/doc/PUC_1410427_1/1/, 15.4.26

WBV 2026/6: asielbeleid Syrie

Uit het nieuwe ambtsbericht blijkt dat veel druzen in Syrië zich bedreigd voelden door de overgangsregering. Daarom heeft de minister besloten om druzen als risicoprofiel op te nemen.

Daarnaast heeft de minister naar aanleiding van de informatie in het ambtsbericht besloten om de restrictievere formulering over een mogelijk binnenlands beschermingsalternatief los te laten en het reguliere beleid met betrekking tot een mogelijk binnenlands beschermingsalternatief toe te passen. Dit betekent dat door middel van een individuele beoordeling nagegaan wordt of aan de criteria wordt voldaan die gelden ten aanzien een binnenlands beschermingsalternatief.

In de periode voor de val van voormalig president Assad gold het uitgangspunt dat aan staatloze Palestijnen afkomstig uit Syrië in de regel vluchtelingschap werd verleend, vanwege het niet voldoende functioneren van UNRWA, mits zij aannemelijk konden maken dat zij kort voor vertrek daadwerkelijk bijstand of bescherming hadden genoten van de UNRWA. Indien er in uitzonderlijke gevallen indicaties waren dat een staatloze Palestijn wel voldoende bijstand of bescherming had genoten van UNRWA kon van dit uitgangspunt worden afgeweken. Dit uitgangspunt wordt nu in het beleid vastgelegd.

WBV 2026/6, 26.3.26 in Staatscourant 2026, 12127, 24.4.26
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12127.html

Rb: Al Shabaab controleert vaak omliggende dorpen van stad die in handen is van overheid

De rechtbank stelt vast dat het gaat om het dorp [woonplaats] in de provincie [provincie 1] in Somalië. …De rechtbank concludeert dat op alle drie de kaarten te zien is dat de stad [stad] onder controle van ‘ATMIS/Federal Govt. coalition' staat maar dat er een * bij staat. Bij de uitleg hiervan staat dat Al-Shabaab ook verdekte invloeden heeft in de gebieden die onder controle van de federale overheid staan. Daarnaast is [stad] gelegen in een gebied waarvoor ‘Mixed, unclear, and/or local control’ geldt. Gelet op de schaalgrootte van de kaarten en de afstand van 3,1 kilometer tussen [woonplaats] en [stad] is de rechtbank van oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de woonplaats van eiser enkel onder controle van de federale overheid staat. De stelling van de minister dat het niet aannemelijk is dat Al-Shabaab in [woonplaats] aan de macht is of scholen kon binnenvallen, volgt de rechtbank daarom niet.

De rechtbank vindt ook steun voor dit standpunt in het Algemeen Ambtsbericht6 waarin het volgende staat aangegeven: “Volgens verschillende bronnen koos Al-Shabaab ervoor stedelijke gebieden en de bases van ATMIS die zich daar bevonden niet over te nemen.

De groep gaf er de voorkeur aan af en toe aanvallen te doen om aan wapens en materieel te komen, om zich vervolgens weer terug te trekken in de rurale gebieden. De stedelijke gebieden die in handen van de overheid waren, waren over het algemeen belegerd door Al-Shabaab in de omringende gebieden.”

De minister is er bij de beoordeling van de verklaringen van eiser dan ook ten onrechte vanuit gegaan dat het dorp is gelegen in door de federale overheid gecontroleerd gebied en heeft dus ook ten onrechte tegengeworpen dat het vreemd is dat eiser in het dorp geen vertegenwoordigers van de federale overheid heeft gezien.

Rb Zwolle NL25.34419, 17.4.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9428

Rb: risico’s terugkeer naar Somalië als alleenstaande vrouw beter onderzoeken

De rechtbank overweegt dat de minister in de regel aan alleenstaande vrouwen uit Somalië een asielvergunning verleend. Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien, wordt ten eerste bezien of zij in Somalië een echtgenoot heeft. Ten tweede wordt bezien of er een (groot)familie aanwezig is, waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen. …

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt omdat zij gehuwd is. Eiseres heeft verklaard dat haar echtgenoot naar Kenia is gevlucht in verband met haar problemen. De overige familieleden van eiseres in Somalië betreffen haar moeder, dochter en twee minderjarige pleegkinderen. De rechtbank volgt de minister niet in zijn subsidiaire standpunt dat eiseres voor opvang en bescherming kan terugvallen op deze overige familieleden, omdat daarmee niet gemotiveerd is ingegaan op de individuele omstandigheden van eiseres.

Het beroep is al om het voorgaande gegrond.
Rb Gronignen NL25.49383, 31.3.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7306

RvS: risico’s terugkeer naar Mogadishu van Somalier uit Saoedi Arabië beter onderzoeken

Betrokkene heeft de Somalische nationaliteit en is geboren in 1999 in Jeddah, Saudi-Arabië. Daar heeft hij tot aan zijn achttiende gewoond. In 2017 is betrokkene vertrokken naar Turkije om daar te studeren. Vervolgens is hij via Rusland en Belarus de Europese Unie binnengekomen. Betrokkene is de zoon van Somalische migranten die behoren tot de Balfaki, een substam die onderdeel is van de hoofdstam Benadiri. Deze stam is gevestigd in de Benadir-regio, waarvan de hoofdstad Mogadishu deel uitmaakt. Betrokkene is zelf nog nooit in Somalië geweest. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij niet naar Somalië kan, omdat hij vreest voor de regering, Al-Shabaab en andere stammen. De minister heeft Somalië aangemerkt als land van herkomst waarnaar betrokkene geacht wordt terug te keren.

Volgens de minister mag van betrokkene worden verwacht dat hij zich bij terugkeer vestigt in Mogadishu, daar Somalisch leert en een netwerk opbouwt. ….

De rechtbank heeft terecht overwogen dat de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Mogadishu een gegronde vrees voor vervolging heeft of een risico loopt op ernstige schade. Betrokkene heeft verwezen naar het Algemeen ambtsbericht Somalië van juni 2023, waaruit volgt dat vreemdelingen die terugkeren uit Europa, na hun terugkeer gevaar kunnen lopen wegens het ontbreken van sterke clanbanden en/of andere sociale banden. Hoewel de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat, gezien zijn achtergrond, van betrokkene enige zelfredzaamheid mag worden verwacht, heeft de minister zich, gelet op het feit dat betrokkene onweersproken naar voren heeft gebracht dat hij in Mogadishu geen netwerk heeft, onvoldoende rekenschap gegeven van de informatie waarnaar betrokkene heeft verwezen. De minister moet dit motiveringsgebrek in het nieuw te nemen besluit herstellen. Daarbij moet de minister rekening houden met de actuele veiligheidssituatie in Mogadishu.

Hoger Beroep tegen Rb Rotterdam NL22.25109, 14.1.25 ongegrond.
RvS 202500761/1/V2, 22.4.26
ECLI:NL:RVS:2026:2243

WBV 2026/5: beleid staatloze Palestijnen

De IND verleent de vreemdeling geen asiel als hij onder de reikwijdte van artikel 1D Vluchtelingenverdrag valt. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is in de huidige praktijk van toepassing op de (staatloze) Palestijnse vluchteling die onder het mandaat van de UNRWA valt. Het mandaat van de UNRWA is van toepassing op vijf gebieden: Libanon, Jordanië, Syrië, de Westelijke Jordaanoever (de Westbank) en de Gazastrook.

In twee opeenvolgende stappen beoordeelt de IND of een Palestijnse vluchteling, afkomstig uit één van de vijf UNRWA-mandaatgebieden, wordt uitgesloten van vluchtelingschap. Deze stappen zijn:

  1. de Palestijnse vluchteling heeft direct voorafgaand aan of kort vóór het indienen van de asielaanvraag daadwerkelijk de door de UNRWA geboden hulp ingeroepen (of genoten); en
  2. de hulp is opgehouden door redenen buiten de invloed en onafhankelijk van de wil van de vreemdeling.

WBV 2026/5, 20.4.26 in Staatscourant 2026, 14512, 22.4.26
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-14512.html

Rb: alleenstaande vrouw niet terug naar Irak

De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt heeft kunnen stellen dat de ouders van eiseres, die in Egypte verblijven, zich naar Irak kunnen begeven om zich bij eiseres te voegen. Eiseres heeft verklaard dat voor haar ouders een objectieve belemmering bestaat om naar Irak terug te keren. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij meent dat de ouders van eiseres wel degelijk naar Irak kunnen terugkeren en dat eiseres bij terugkeer naar Irak dan ook op hen kan terugvallen.

Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer kan terugvallen op haar broer. Eiseres en haar broer hebben niet gelijktijdig asiel aangevraagd en hun asielaanvragen zijn afzonderlijk beoordeeld, zodat niet zonder meer vaststaat dat zij tezamen zullen terugkeren.

Beroep gegrond.
Rb Middelburg NL25.49676, 14.4.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9298

Pagina's